Blog

Exam tip: arguing and choosing in the speaking exam

Medium tasks (30 seconds): opinion – reason – example – round-off.

Last updated: 10/31/2026

Strategy notes

Medium tasks (30 seconds): opinion – reason – example – round-off. Ik zou het je aanraden (opinion), want je leert er veel van (reason). Ik heb het zelf ook gedaan, en… (example). Kijk wel goed naar… (round-off). Three or four sentences, no long run-up. Take a clear side, even if you'd normally say "it depends": you can add nuance in the second half.

Long task "choose between A and B" (2 minutes): five steps.

  1. Name the choice (10 s): Ik moet kiezen tussen… en…
  2. Option A: pros and cons (30 s): Het grote voordeel van A is… Daar staat tegenover dat…
  3. Option B: pros and cons (30 s): B is weliswaar…, maar…
  4. Your choice and what decides it (30 s): Voor mij geeft … de doorslag. Ik kies daarom voor…
  5. A caveat and a conclusion (20 s): Ik wil wel één kanttekening plaatsen… Kortom: …

Sound balanced, not unsure. Phrases like Ik begrijp dat argument, maar…, Het is weliswaar waar dat…, maar… and Daar staat tegenover dat… show you've considered the other side and still have a clear view. That's exactly what B2 asks for.

Use B2.9's connectors, with the right word order: Bovendien is het…, Daarom kies ik…, Desondanks vind ik… (verb first), but Het is echter duur (echter after the verb).

During preparation, write only: A+ / A− / B+ / B− / keuze / kanttekening. Then speak from those six words.

Open task: Spreken: kiezen en argumenteren

Students record their answers and send them to the teacher.

Prompt A · long task (preparation about 1 minute, speaking 2 minutes)

Uw gemeente heeft geld voor één project in uw wijk. Optie A: een nieuw buurthuis met activiteiten voor ouderen en jongeren. Optie B: een groot park met een speeltuin en een sportveld. Welke optie kiest u? Vergelijk de voor- en nadelen en beargumenteer uw keuze.

Model answer (about 2 minutes)

Als ik moet kiezen tussen een buurthuis en een park, kies ik voor het park. Maar ik wil eerst de voor- en nadelen van allebei noemen.

Een buurthuis kun je het hele jaar gebruiken, ook als het regent of koud is. Dat is in Nederland geen klein voordeel. Bovendien brengt een buurthuis mensen bij elkaar: ouderen kunnen er koffie drinken, jongeren kunnen er huiswerk maken. Daar staat tegenover dat een buurthuis veel geld kost, niet alleen om te bouwen, maar ook elk jaar: voor personeel, energie en onderhoud.

Een park is goedkoper in onderhoud en is voor iedereen gratis, op elk moment. Kinderen kunnen er spelen, en volwassenen kunnen er sporten of wandelen. Een park is ook goed voor het klimaat in de wijk: bomen geven schaduw als het heet is.

Voor mij geeft dat laatste de doorslag. Onze wijk heeft heel weinig groen, en in de zomer wordt het er erg warm. Een park lost dat probleem gedeeltelijk op, terwijl een buurthuis dat niet doet.

Natuurlijk is een park in de winter minder aantrekkelijk. Daarom zou ik de gemeente aanraden om in het park ook een klein paviljoen te bouwen, waar je koffie kunt drinken en waar af en toe activiteiten zijn. Dan heb je eigenlijk het beste van twee werelden.

Kortom: een park is voor de hele wijk een goede investering.

Prompt B · medium task, advice (30 seconds)

Een vriend zegt: "Ik denk erover om een jaar in het buitenland te studeren, maar ik weet niet of dat slim is." Geef advies en geef een argument.

Model: Ik zou het je zeker aanraden. Je leert een nieuwe taal en een andere cultuur kennen, en dat staat goed op je cv. Het is weliswaar duur, maar er zijn beurzen voor. Kijk wel goed of je studiepunten meetellen, anders loop je vertraging op.

Prompt C · medium task, reacting to an opinion (30 seconds)

Op een bijeenkomst zegt iemand: "Alle winkels zouden op zondag dicht moeten." Zeg of u het daarmee eens bent en waarom.

Model: Daar ben ik het niet mee eens. Veel mensen werken doordeweeks lang, en dan is de zondag de enige dag om rustig boodschappen te doen. Ik begrijp wel dat winkelpersoneel ook een vrije dag wil. Daarom vind ik dat niemand verplicht moet worden om op zondag te werken.

Prompt D · short task (20 seconds)

Een collega zegt: "Volgens mij kunnen we het teamoverleg beter online houden." Reageer.

Model: Goed idee, dat scheelt veel reistijd. Maar laten we elkaar wel één keer per maand op kantoor zien.

Say it out loud (iOS only)

  1. Een buurthuis kun je het hele jaar gebruiken, ook als het regent.
  2. Daar staat tegenover dat een buurthuis veel geld kost.
  3. Ik zou het je zeker aanraden.
  4. Daar ben ik het niet mee eens.

Checklist (yes/no) · Prompt A

  1. Task: Did I name the advantages and disadvantages of both options and make a clear choice?
  2. Argumentation: Did I say what decides it for me (geeft de doorslag), with a reason?
  3. Balance: Did I mention at least one point for the other side and respond to it?
  4. Structure: Did I follow a clear order (choice – A – B – decision – caveat/conclusion)?
  5. Vocabulary: Did I use at least four phrases from this lesson (daar staat tegenover, weliswaar … maar, voor mij geeft … de doorslag, kanttekening)?
  6. Grammar: Inversion after bovendien, daarom, desondanks; verb at the end after omdat, terwijl, zodat?
  7. Fluency: Did I speak for close to 2 minutes, with few long pauses?

For Prompts B–D: a clear position or advice in the first sentence; at least one reason; right length (30 / 20 seconds).

Exam focus

  • Component: Spreken. Task type: argumentation in medium tasks (opinion, advice, reaction) and in the long task (comparing options, choosing, defending).
  • What the real task looks like: about 25 minutes on the computer with a headset; you speak to the computer and your answers are recorded. Programma II: 4 short tasks (about 20 s), 8 medium tasks (about 30 s) and 1 long task (2 min, with preparation time). No dictionary. Two assessors judge the recordings.
  • What assessors look for (B2 speaking): explaining a point of view, giving the advantages and disadvantages of options, fluency, range and accuracy of language, and pronunciation.
  • Most common mistakes:
  1. No clear position: "Ik weet het niet, het hangt ervan af…" and then nothing.
  2. A position without a reason, or a reason without an example.
  3. Only naming the advantages of your own choice and ignoring the other option.
  4. Spending half the time on an introduction that repeats the task.
  5. Word order after connectors: Bovendien het is… instead of Bovendien is het…

Free practice, every week

Start improving your Dutch with our week's most interesting content for free. Cancel anytime.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email.