Blog

Exam tip B1 & B2: how to get the most out of a mock exam

A mock is only useful if it feels like the real thing.

Last updated: 10/28/2026

Strategy notes

A mock is only useful if it feels like the real thing. Treat it as an exam, not as homework.

Plan two sittings. Day 1: Lezen (55 min) and Schrijven (50 min). Day 2: Luisteren (45 min) and Spreken (about 12 min). Take a break of at least 15 minutes between parts.

Recreate exam conditions. At an exam centre it can be noisy, so don't choose noise cancelling head phones. Have a clock or timer you can see, your paper NT2 pocket dictionary for Lezen and Schrijven only, scrap paper and a pen. Phone on silent and out of reach, except to record Spreken.

Divide your reading time. 55 minutes for 3 texts is about 18 minutes per text. Read the questions first, then the text. If you're stuck on one question, choose your best guess, mark it and move on.

Listen once, really once. Read the questions before the fragment starts, take short notes while you listen, and answer straight after. Don't replay anything.

Speak with a timer. Record each answer on your phone. Start at the "beep" (start the timer), and stop at 20 or 30 seconds even if you're in the middle of a sentence.

Then score honestly. Use the answer keys and the rubrics below. The aim is not a high score but a true picture: which task types need more work before you book the real exam?

Open task: Oefenexamen B1 · Schrijven

Instructions (shown to the student): You have 50 minutes for three tasks: about 12 minutes for task 1, 12 minutes for task 2 and 25 minutes for task 3. You may use a paper NT2 pocket dictionary. Type your answers, then send them to your teacher. The model answers are shown after you submit.

Task 1 · Zinstaken (4 × 1 sentence)

# · Opdracht (Dutch, as shown) · Model answer

  • 1a · Je kunt morgen niet naar de teamvergadering, want je moet naar de tandarts. Je stuurt je leidinggevende een bericht. Maak de zin af: "Ik kan morgen niet bij de vergadering zijn, omdat …" · Ik kan morgen niet bij de vergadering zijn, omdat ik om tien uur een afspraak bij de tandarts heb.
  • 1b · Je collega vraagt of je zaterdag haar dienst wilt overnemen. Dat is goed. Schrijf één zin terug. · Ja, dat is goed: ik werk zaterdag graag voor je.
  • 1c · Op je opleiding werkt de printer in lokaal 12 al een week niet. Je schrijft een bericht aan de conciërge. Maak de zin af: "Zou u …" · Zou u een monteur willen bellen voor de printer in lokaal 12?
  • 1d · Je team zoekt een cadeau voor een collega die met pensioen gaat. Schrijf één zin met een idee én een reden. · Laten we een fietstas voor hem kopen, want hij wil na zijn pensioen een lange fietsreis maken.

Task 2 · Deelschrijftaak: een formulier

Je werkgever biedt dit najaar drie cursussen aan: Excel voor beginners, Klantvriendelijk communiceren en EHBO (eerste hulp). Je wilt je aanmelden. Vul het formulier in. Schrijf bij de open vragen hele zinnen.

1. Naam en afdeling

2. Welke cursus kiest u?

3. Waarom kiest u deze cursus? (2–3 zinnen)

4. Welke dag past het best, dinsdagavond of zaterdagochtend? Waarom? (1–2 zinnen)

5. Hebt u nog een vraag of een wens? (1 zin)

Model answer:

1. Tomás Rivera, afdeling Klantenservice

2. Klantvriendelijk communiceren

3. Ik werk elke dag aan de telefoon met klanten die boos zijn of een klacht hebben. Ik wil leren hoe ik rustig blijf en hoe ik een gesprek goed afsluit. Daarnaast wil ik mijn Nederlands aan de telefoon verbeteren.

4. Zaterdagochtend past het best, omdat ik op dinsdagavond voor mijn kinderen zorg.

5. Ik zou het lesmateriaal graag vooraf ontvangen. Dan kan ik het thuis alvast lezen.

Task 3 · Korte schrijftaak: een verslag

Je hebt vorige week via je werk een cursus EHBO (eerste hulp bij ongelukken) gevolgd. Je leidinggevende vraagt je om een kort verslag te schrijven voor de collega's die de cursus volgende maand doen.

Schrijf ongeveer 120–150 woorden. Schrijf over:

- wat je op de cursus hebt geleerd (minimaal twee dingen);

- wat je goed vond aan de cursus;

- wat minder goed was;

- een tip voor je collega's.

Model answer:

Verslag cursus EHBO

Vorige week heb ik met vier collega's de cursus EHBO gevolgd. De cursus duurde twee avonden van drie uur.

We hebben veel geleerd. Ten eerste weet ik nu wat ik moet doen als iemand niet meer ademt: 112 bellen en meteen beginnen met reanimeren. Daarnaast hebben we geoefend met het verbinden van een wond en met het helpen van iemand die zich verbrandt.

Het beste vond ik dat we veel zelf mochten oefenen, op een pop en op elkaar. De docent was heel duidelijk en had veel geduld.

Minder goed was de tijd: de cursus begon om zeven uur en eindigde pas om tien uur. Na een werkdag is dat lang.

Mijn tip: neem makkelijke kleren mee, want je ligt vaak op de grond. En eet van tevoren iets!

Groet,

Ewa

Scoring rubric · Schrijven (24 points)

Task · What earns points · Points

  • 1 · Zinstaken · Per sentence: 1 point if it fits the situation and does what is asked; 1 point if it is grammatically correct (word order, verb form). · 4 × 2 = 8
  • 2 · Deelschrijftaak · Field 3: 2 points (a real reason + correct sentences). Field 4: 2 points (a choice + a reason). Field 5 + fields 1–2 complete: 2 points. Missing information = 0 for that field. · 6
  • 3 · Korte schrijftaak · Content: 1 point per required point covered (4). Structure: introduction, ending and connecting words (2). Grammar: verb position, tenses, verb forms (2). Vocabulary and spelling: words that fit, mostly correct spelling (2). · 10

Open task: Oefenexamen B1 · Spreken

Instructions (shown to the student): Record each answer on your phone or in the app. Read the task, take at most 10 seconds to think, start a timer and speak: 20 seconds for tasks 1–4, 30 seconds for tasks 5–8. Stop when the time is up. Send the eight recordings to your teacher. The model answers are shown afterwards.

# · Kind · Opdracht (Dutch, as shown or heard) · Model answer

  • 1 · Short · reageren · Je buurman zegt: "Ik ga volgende maand verhuizen naar Groningen." Reageer. · O, wat jammer! Ik ga je missen. Waarom ga je naar Groningen? Heb je daar een nieuwe baan?
  • 2 · Short · iets vragen (u) · U hebt morgen om negen uur een afspraak bij de tandarts, maar u moet onverwacht werken. U belt de praktijk. Wat zegt u? · Goedemorgen, u spreekt met Ahmed Saidi. Ik heb morgen om negen uur een afspraak, maar ik moet onverwacht werken. Zou u de afspraak naar volgende week kunnen verzetten?
  • 3 · Short · advies geven · Je collega weet niet wat ze haar moeder voor haar verjaardag moet geven. Geef haar een advies. · Als ik jou was, zou ik een dagje uit geven, bijvoorbeeld een boottocht. Dan hebben jullie samen tijd, en dat vindt je moeder vast het leukst.
  • 4 · Short · iets uitleggen · Een nieuwe cursist vraagt hoe je een boek leent in de bibliotheek. Leg het uit. · Eerst pak je het boek uit de kast. Daarna ga je naar het apparaat bij de uitgang en scan je je pasje. Dan leg je het boek op het apparaat, en dan is het klaar.
  • 5 · Medium · kiezen · Je wilt fitter worden. Je ziet drie plaatjes: een sportschool, een hardloopgroep in het park en een zwembad. Wat kies je? Leg uit waarom. · Ik kies voor de hardloopgroep. Ten eerste ben ik dan buiten, en dat vind ik veel fijner dan binnen. Daarnaast sport je samen, dus je gaat niet zo snel stoppen. Een sportschool is ook goed, maar die is duurder. En zwemmen vind ik saai, want je ziet alleen maar water.
  • 6 · Medium · vergelijken · Vergelijk boodschappen doen in de supermarkt met boodschappen bestellen via internet. Wat doe jij het liefst? · Online bestellen is makkelijk en je bespaart tijd, maar je betaalt bezorgkosten. In de supermarkt kun je zelf het fruit en de groente kiezen, en je ziet de aanbiedingen. Bovendien is het goedkoper. Ik doe mijn boodschappen dus het liefst in de supermarkt. Alleen als ik ziek ben, bestel ik online.
  • 7 · Medium · mening · Moeten kinderen op de basisschool al Engels leren? Geef je mening met twee argumenten. · Ja, ik ben daarvoor. Ten eerste leren jonge kinderen een taal heel snel en zonder angst. Daarnaast heb je Engels later bijna overal nodig, op school en op je werk. Wel moeten ze eerst goed Nederlands leren, want dat is het belangrijkst.
  • 8 · Medium · vertellen · Vertel over een keer dat je iets nieuws hebt geleerd. Wat was het, en hoe ging het? · Vorig jaar heb ik leren fietsen, op mijn vierendertigste. In het begin viel ik vaak, en ik was heel bang in het verkeer. Mijn buurvrouw heeft me elke zaterdag geholpen. Na twee maanden kon ik eindelijk alleen naar mijn werk fietsen. Nu fiets ik elke dag!

Scoring rubric · Spreken (24 points)

Criterion (per answer) · 0 · 1

  • Task: did the answer do what was asked (react, ask, advise, explain, choose, compare, give an opinion, tell)? · no or barely · yes
  • Language: are most sentences understandable and correct enough (verb position, verb forms, words that fit)? · many errors that block understanding · errors don't block understanding
  • Delivery and structure: did the student speak fluently enough, finish in time, and give a reason or detail? · long silences, cut off, or no reason · fluent enough, with a reason or detail

3 points per answer × 8 answers = 24 points.

Exam focus

Component · Real exam (programma I) · This mock (half length)

  • Lezen · 110 min. Texts in a paper booklet, multiple-choice questions on the computer (about 6 texts, about 36 questions). Paper NT2 pocket dictionary allowed. · 55 min. 3 texts, 18 MC questions
  • Luisteren · 90 min. About 40 MC questions on audio and video fragments; each fragment is played once. · 45 min. 5 fragments, 20 MC questions, each fragment plays once
  • Schrijven · 100 min. 8 zinstaken, 2 deelschrijftaken, 2 korte schrijftaken. Dictionary allowed. · 50 min. 4 zinstaken, 1 deelschrijftaak, 1 korte schrijftaak
  • Spreken · About 25 min. 8 short tasks (20 s) and 8 medium-length tasks (30 s). · About 12 min. 4 short and 4 medium-length tasks

Most common mistakes in a mock exam:

  1. Spending 25 minutes on the first reading text and rushing the last one.
  2. Pausing or replaying a listening fragment. Then the score tells you nothing about the real exam.
  3. Starting to write without planning, and forgetting a point of the assignment.
  4. Doing the speaking tasks without a timer, so the answers are far too long or too short.
  5. Doing the whole mock in one go when tired: the real exam components are separate sessions.

Scoring & next steps

1. Work out your score per component.

Component · How to score · Max · Target (60%) · Ready (70%+)

  • Lezen · Correct answers in Step 1 (automatic) · 18 · 11 · 13
  • Luisteren · Correct answers in Step 2 (automatic) · 20 · 12 · 14
  • Schrijven · Teacher scores Step 3 with the rubric (until then, self-score) · 24 · 15 · 17
  • Spreken · Teacher scores Step 4 with the rubric (until then, self-score) · 24 · 15 · 17
  • Checkpoint · Step 6 (automatic, unlocks the lesson) · 10 · 6 · 7

2. Estimate your result per component. This is an estimate, not the official conversion: the real scale is calculated per exam version and isn't public.

  • 70% or more: on track. You'd probably reach 500 in this component. Keep it fresh and do an official practice exam.
  • 60–69%: borderline. A pass is possible on a good day. Practise the weak task types below for two to three weeks, then take the mock again.
  • Below 60%: not ready yet for this component. Redo the lessons below before you book the exam.

You can book and pass the components separately, so a weak component doesn't mean waiting for everything.

3. Find your weak task types. Look at the questions you got wrong (the task-type tag is in the Tags column) and at the rubric lines where you lost points.

If you lost points on… · Task type · Revisit

  • Lezen 1, 4, 6 (main idea, purpose) · exam-lezen-b1-hoofdgedachte · EX-B1.2 Lezen 1
  • Lezen 18 (word meaning in context) · exam-lezen-b1-woordbetekenis · EX-B1.2 Lezen 1
  • Lezen 2, 3, 5, 11, 12, 15 (details) · exam-lezen-b1-details · EX-B1.2 Lezen 1
  • Lezen 13, 14, 17 (the writer's opinion) · exam-lezen-b1-mening-schrijver · EX-B1.3 Lezen 2
  • Lezen 16 (signal words) · exam-lezen-b1-signaalwoorden · EX-B1.3 Lezen 2
  • Lezen 7–10 (rules, instructions) · exam-lezen-b1-instructie · EX-B1.3 Lezen 2 + EX-B1.9
  • Luisteren 1–4 (news) · exam-luisteren-b1-nieuws · EX-B1.4 Luisteren
  • Luisteren 17–18 (announcements) · exam-luisteren-b1-mededeling · EX-B1.4 Luisteren
  • Luisteren 5–8, 13–16, 19–20 (conversations, interviews) · exam-luisteren-b1-gesprek · EX-B1.4 Luisteren
  • Luisteren 9–12 (explanations) · exam-luisteren-b1-uitleg · EX-B1.4 Luisteren + EX-B1.9
  • Schrijven task 1 and task 2 (the form), checkpoint 1 · exam-schrijven-b1-zinstaak · EX-B1.5 Schrijven 1
  • Schrijven task 1b (informal reply to a colleague) · exam-schrijven-b1-email-informeel · EX-B1.5 Schrijven 1
  • Checkpoint 2 and 10 (formal email) · exam-schrijven-b1-email-formeel · EX-B1.5 Schrijven 1
  • Schrijven task 3, checkpoint 3 and 9 · exam-schrijven-b1-korte-schrijftaak · EX-B1.6 Schrijven 2
  • Spreken tasks 1–4, checkpoint 4–5 · exam-spreken-b1-korte-opdracht · EX-B1.7 Spreken 1
  • Spreken tasks 5–8, checkpoint 6–8 · exam-spreken-b1-middellange-opdracht · EX-B1.8 Spreken 2: middellange opdrachten
  • Many unknown words in the texts · exam-woordenschat-b1-* · EX-B1.9 Examenwoordenschat
  • Ran out of time in any part · exam-algemeen-b1-tijdmanagement · EX-B1.1 Het B1-examen (time management)

4. What happens after a fail. When the mock results page exists, a checkpoint fail (below 60) or a component below 60% creates catch-up homework on the two weakest task-type tags. Until then, the teacher assigns the lessons from the table above as homework.

5. Before you book the real exam: aim for 70%+ in this mock in every component you plan to take, then do at least one official practice exam (link below) in the real exam software.

Free practice, every week

Start improving your Dutch with our week's most interesting content for free. Cancel anytime.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email