Use the preparation time for a plan, not a script.
Last updated: 10/31/2026
Use the preparation time for a plan, not a script. Write four key words, one per part:
That adds up to two minutes. If you're finished early, add a comparison (In vergelijking met 2015…) or a personal link (In mijn eigen stad zie ik hetzelfde…).
Medium tasks (30 seconds) are three to four sentences: answer the question in the first sentence, then give a reason or example, then round off.
Short tasks (20 seconds) are one or two sentences; react naturally and completely.
Speak calmly. A clear, slightly slower answer with a good structure scores better than a fast one full of corrections. If you make a mistake, correct it once and carry on.
Students record their answers (phone or laptop) and send them to the teacher.
Prompt A · long task (preparation about 1 minute, speaking 2 minutes)
U ziet een staafdiagram: "Hoe gaan werknemers in Nederland naar hun werk?" (2015 en 2025, in procenten; de cijfers zijn verzonnen). Beschrijf het diagram, noem de belangrijkste veranderingen, geef een mogelijke verklaring en zeg wat u voor de komende jaren verwacht.
Vervoermiddel · 2015 · 2025
Model answer (about 2 minutes)
Dit staafdiagram laat zien hoe werknemers in Nederland naar hun werk gaan. Het vergelijkt 2015 met 2025, en de cijfers zijn in procenten.
Allereerst valt op dat de auto nog steeds het populairst is, maar wel minder dan tien jaar geleden. In 2015 ging 58 procent met de auto, in 2025 nog 49 procent. Dat is een daling van negen procentpunt. Daarmee gaat voor het eerst minder dan de helft met de auto.
Vervolgens zie je dat de fiets is gestegen, van 25 naar 30 procent. Het openbaar vervoer bleef ongeveer stabiel, rond de twaalf à dertien procent. Lopen en andere vormen zijn licht toegenomen.
Een mogelijke verklaring voor de groei van de fiets is de e-bike. Daarmee kun je ook een afstand van vijftien of twintig kilometer makkelijk fietsen. Daarnaast werken veel mensen tegenwoordig een paar dagen thuis, zodat ze minder vaak de auto nodig hebben.
Ten slotte: ik verwacht dat het aandeel van de auto verder daalt, vooral in de steden, omdat parkeren daar steeds duurder wordt. Voor het openbaar vervoer verwacht ik weinig verandering, tenzij de prijzen van treinkaartjes dalen.
Samengevat: de auto verliest terrein, en vooral de fiets wint.
Prompt B · medium task (30 seconds)
U ziet een cirkeldiagram over de vrije tijd van studenten: 40% sport, 30% werk naast de studie, 20% vrijwilligerswerk, 10% anders. Een docent vraagt u: "Wat valt u op aan dit diagram?" Antwoord in ongeveer 30 seconden.
Model: Wat mij opvalt, is dat sport het grootste deel is: veertig procent. Maar bijna een derde van de studenten werkt naast de studie. Dat vind ik veel, want dan heb je minder tijd om te studeren. Een mogelijke verklaring is dat het leven voor studenten duur is geworden.
Prompt C · medium task (30 seconds)
U werkt bij een gemeente. Op een informatieavond vraagt een bewoner: "Waarom wordt de parkeerplaats voor mijn deur een groenstrook?" Leg de situatie uit en geef een reden.
Model: Dat begrijp ik, het is een grote verandering. De gemeente wil meer groen in de wijk, omdat het in de zomer steeds warmer wordt. Bomen geven schaduw en houden regenwater vast. Er komen wel extra parkeerplaatsen aan de rand van de wijk, op ongeveer twee minuten lopen.
Prompt D · short task (20 seconds)
Een collega vraagt: "Hoe ging je presentatie gisteren?" Reageer.
Model: Goed, dank je! Ik was eerst zenuwachtig, maar de vragen na afloop gingen eigenlijk het best.
Say it out loud (iOS only)
Checklist (yes/no) · Prompt A
For Prompts B–D: answer in the first sentence; reason or example; right length (30 / 20 seconds).
No replies yet — start the conversation