Before the mock: decide your time plan per component and write it down.
Last updated: 10/28/2026
Before the mock: decide your time plan per component and write it down. Lezen: about 16 minutes per text. Schrijven: zinstaken 8 min, korte taak 15 min, middellange taak 22 min, check 5 min.
During the mock: treat it as the real thing. No pausing, no replaying, no checking the transcript. If you lose a question, guess and move on.
After the mock: don't just look at the total. Use the table under "Scoring & next steps" to find your two weakest task types and spend your remaining preparation on those. One weak task type fixed is worth more than five strong ones polished.
The final week before the real exam:
Instructions: Three tasks, 50 minutes in total. You choose the order. Type your answers; a paper dictionary is allowed.
Task 1 · Zinstaken (about 8 minutes). Finish each sentence. Write one complete sentence each time.
# · Situation and start · Model answer
Task 2 · Korte schrijftaak (about 15 minutes, 100–150 words)
U heeft zich aangemeld voor de weekendcursus "Presenteren in het Nederlands" bij opleidingsinstituut Spreekkracht, op zaterdag 13 en zondag 14 maart. U heeft het cursusgeld van € 245 al betaald. U kunt op zaterdag niet, omdat u moet werken. Schrijf een e-mail aan het instituut:
Model answer
Onderwerp: Weekendcursus Presenteren in het Nederlands, 13 en 14 maart
Geachte heer, mevrouw,
Op 2 februari heb ik mij aangemeld voor de weekendcursus "Presenteren in het Nederlands" op 13 en 14 maart. Het cursusgeld van € 245 heb ik inmiddels betaald.
Tot mijn spijt kan ik op zaterdag 13 maart niet aanwezig zijn. Mijn werkgever heeft mij onverwacht ingeroosterd voor een dienst die ik niet kan ruilen.
Graag zou ik daarom willen overstappen naar de volgende cursus. Zou u mij kunnen laten weten wanneer die plaatsvindt en of er nog plaats is? Mocht overstappen niet mogelijk zijn, dan verneem ik graag of u het cursusgeld geheel of gedeeltelijk kunt terugbetalen.
Bij voorbaat dank voor uw reactie.
Met vriendelijke groet,
Tarik Oumarou
Task 3 · Middellange schrijftaak (about 22 minutes, 200–250 words)
Uw werkgever wil dat meer medewerkers met de fiets naar het werk komen. In een enquête is aan medewerkers die nu níet fietsen gevraagd wat de belangrijkste reden is. Schrijf een tekst voor het personeelsblad. Vat de resultaten samen, zeg welke maatregel volgens u het meeste oplevert en waarom, ga in op een tegenargument en doe een concreet voorstel. (The figures are invented.)
Belangrijkste reden om niet te fietsen · %
Model answer
Meer collega's op de fiets: begin bij de douche
Ons bedrijf wil dat meer medewerkers met de fiets naar het werk komen. Uit een enquête onder collega's die nu niet fietsen, blijkt dat de afstand de belangrijkste reden is: 38 procent vindt die te groot. Daarna volgen het ontbreken van een douche of omkleedruimte (24 procent) en een route die onveilig voelt (21 procent). Het weer noemt maar 17 procent.
Aan de afstand kan het bedrijf weinig veranderen. Ik denk daarom dat een goede douche- en omkleedruimte het meeste oplevert. Wie tien of vijftien kilometer fietst, komt vaak bezweet aan. Met een douche en kluisjes wordt fietsen voor een kwart van de niet-fietsers ineens een reële optie. Bovendien helpt een douche ook collega's die verder weg wonen en een e-bike overwegen.
Een tegenargument is dat een douche geld kost, terwijl de ruimte in ons gebouw beperkt is. Dat is waar. Toch weegt dat volgens mij niet op tegen de voordelen: we hebben minder parkeerplaatsen nodig, en collega's die fietsen, bewegen meer.
Mijn voorstel is om in de kelder twee douches en twintig kluisjes te laten plaatsen. Combineer dat met een fietsregeling voor e-bikes, zodat ook de afstand een kleiner probleem wordt. Na een jaar kunnen we met een nieuwe enquête kijken of het werkt.
Scoring rubric · Schrijven (teacher, 0 = not yet B2 · 1 = nearly · 2 = B2)
Criterion · What to look for · Task 1 (per sentence) · Task 2 · Task 3
Total Schrijven: 24 points.
Instructions: Record each answer right after reading the prompt, without pausing the recording. Short tasks: about 20 seconds. Medium tasks: about 30 seconds. Long task: 1 minute preparation, 2 minutes speaking.
# · Type · Prompt · Model answer
Model answer, task 7 (about 2 minutes)
Deze grafiek gaat over het aantal uren per dag dat jongeren tussen de twaalf en achttien jaar buiten school naar een scherm kijken, van 2015 tot 2025.
Allereerst valt op dat de schermtijd tot 2020 sterk is gestegen: van ongeveer drie uur per dag naar ruim vijf uur. 2020 is de piek. Daarna daalde de schermtijd weer, maar niet tot het oude niveau. In 2025 kijken jongeren nog steeds gemiddeld 4,4 uur per dag naar een scherm, ruim een uur meer dan in 2015.
Een mogelijke verklaring voor de piek in 2020 is de coronacrisis. Scholen waren een tijd dicht en jongeren konden hun vrienden alleen online zien. Dat de schermtijd daarna hoog is gebleven, komt waarschijnlijk doordat sociale media en games een vast onderdeel van hun leven zijn geworden.
Wat zouden scholen moeten doen? Ik vind niet dat scholen alles moeten oplossen; ouders spelen de belangrijkste rol. Toch kunnen scholen wel iets doen. Ze kunnen leerlingen leren hoe apps zijn ontworpen om je zo lang mogelijk vast te houden. Bovendien kunnen ze in de pauzes meer sport en activiteiten aanbieden, zodat jongeren minder naar hun telefoon grijpen.
Kortom: de schermtijd is na de piek iets gedaald, maar nog steeds hoog. Scholen kunnen helpen, maar alleen samen met de ouders.
Scoring rubric · Spreken (teacher, per task 0 = not yet B2 · 1 = nearly · 2 = B2)
Criterion · What to look for
Short and medium tasks (1–6): score Taakuitvoering and one overall language score (0–2 each), so max 4 per task = 24. Long task (7): all five criteria, max 10. Total Spreken: 34 points.
Component · Real exam (programma II) · This mock
1. Reading and listening (automatic). Count your correct answers.
Component · Items · Probably a pass · Borderline · Not yet
2. Writing and speaking (teacher). Use the rubric totals.
Component · Points · Probably a pass · Borderline · Not yet
These bands are a rough guide, not the official scale. The real exam converts your raw score to a scale on which 500 is a pass, and the conversion differs per exam version. Treat "borderline" as "not safe yet".
3. Find your weak task types. Mark every question you got wrong and look up its task type.
Task type · Mock items · If you missed 2 or more, revisit
4. Then: redo the timed set of the lesson you revisit, and take the mock again two to three weeks later. If you're "probably a pass" on all four components twice in a row, you're ready to register.
Join our Pro membership to access exclusive content, private threads, and help support our growing community.
No replies yet — start the conversation