Pick the right alternative for the sentence.

Look at the sentences. If you replace the (prepositional) object by a pronoun, what do you get?

1.Vervang het (prepositie)object door een pronomen: Ik ben erg blij met het cadeau. _____

Ik ben erg blij met het.
Ik ben erg blij ermee.
Ik ben erg blij met er.

2.Vervang het (prepositie)object door een pronomen: Hij houdt van lezen. _____

Hij houdt van het.

Ready to practice?

Test your knowledge with 10 questions.