Blog

Examentip A2 inburgering: formulieren en korte briefjes

Last updated: 28-10-2026

Strategie

Formulieren. Lees eerst het hele formulier en schrijf dan pas. Schrijf namen in hoofdletters als het formulier om "blokletters" vraagt. Schrijf een datum als dag-maand-jaar: 14-02-1995. Een Nederlandse postcode heeft vier cijfers en twee letters: 6511 AB. Bij "Woonplaats" schrijf je alleen de plaats. De straat en het huisnummer schrijf je bij "Adres". Bij aankruisvakjes zet je een duidelijk kruisje (☒) in maar één vakje. Vraagt een vak om een zin ("Waarom wilt u deze cursus volgen?")? Schrijf dan één of twee hele zinnen, niet één woord.

Korte briefjes. Een briefje heeft meestal vier delen:

  1. Begroeting: Beste Mark, / Hoi Mark, (informeel) · Geachte heer, mevrouw, (formeel)
  2. Waarom je schrijft: Ik geef zaterdag een feestje. / Ik ben ziek.
  3. Wat je wilt of aanbiedt: Kunt u…? / Heb je tijd…?
  4. Afsluiting: Groeten, + je naam (informeel) · Met vriendelijke groet, + je naam (formeel)

Vink de opdracht af. Geef de punten in de opdracht eerst een nummer (1, 2, 3). Controleer na het schrijven elk nummer. De examinator kijkt eerst of je de hele opdracht hebt gedaan: een kort briefje met alle drie de punten is beter dan een lang briefje met twee.

Houd het simpel. Schrijf korte zinnen die je zeker goed kunt schrijven. Verbind ze met en, maar, want, dus. Let op: na want en dus blijft de woordvolgorde normaal (want ik ben ziek).

Tijd. Je hebt 40 minuten voor 4 opdrachten, dus 10 minuten per opdracht. Een formulier kost minder tijd. Zo heb je meer tijd voor de langere opdrachten.

Open opdracht

Schrijf je antwoord op papier of typ het. Vergelijk het daarna met het modelantwoord en vink de checklist af. Heb je PRO? Stuur je antwoord dan naar je docent.

Opdracht A · Formulier

Opdracht: U wilt een cursus Nederlands volgen in het buurthuis. Vul het formulier in.

Veld

  • Voornaam
  • Achternaam
  • Geboortedatum
  • Adres (straat + huisnummer)
  • Postcode en woonplaats
  • Telefoonnummer
  • E-mailadres
  • Beroep
  • Sinds wanneer woont u in Nederland?
  • Welke dagen kunt u? (kruis aan) · ☐ maandag ☐ dinsdag ☐ woensdag ☐ donderdag ☐ vrijdag
  • Waarom wilt u deze cursus volgen? (1–2 zinnen)
  • Datum en handtekening

Modelantwoord

Veld

  • Voornaam · Rosa
  • Achternaam · Mendes
  • Geboortedatum · 23-07-1991
  • Adres (straat + huisnummer) · Molenstraat 18
  • Postcode en woonplaats · 5041 KD Tilburg
  • Telefoonnummer · 06 4433 2211
  • E-mailadres · rosa.mendes@mail.nl
  • Beroep · kapper
  • Sinds wanneer woont u in Nederland? · Sinds maart 2023.
  • Welke dagen kunt u? · ☒ dinsdag ☒ donderdag
  • Waarom wilt u deze cursus volgen? · Ik wil beter Nederlands spreken, want ik wil in een kapsalon in Tilburg werken. Ik spreek nu een beetje Nederlands.
  • Datum en handtekening · 10-10-2026, R. Mendes

Checklist (ja/nee)

  1. Heb ik elk vak ingevuld?
  2. Staat elk antwoord in het goede vak (de plaats bij woonplaats, de straat bij adres)?
  3. Staat mijn geboortedatum als dag-maand-jaar?
  4. Heeft mijn postcode vier cijfers en twee letters?
  5. Heb ik minstens één dag aangekruist, met een duidelijk kruisje?
  6. Is het antwoord op "waarom" één of twee hele zinnen, met een hoofdletter en een punt?
  7. Heb ik het formulier ondertekend en de datum ingevuld?

Opdracht B · Kaartje aan een collega

Opdracht: Uw collega Mark is jarig. Hij geeft zaterdag een feest, maar u kunt niet komen. Schrijf een kaartje aan Mark (20–40 woorden). Schrijf:

  1. Feliciteer Mark.
  2. Schrijf waarom u niet komt.
  3. Doe een voorstel voor een andere afspraak.

Modelantwoord

Hoi Mark,

Gefeliciteerd met je verjaardag! Sorry, ik kan zaterdag niet naar je feest komen, want ik moet werken. Heb je volgende week tijd? Dan trakteer ik op koffie en taart!

Groetjes,

Sofia

Checklist (ja/nee)

  1. Heb ik Mark gefeliciteerd? (punt 1)
  2. Heb ik gezegd waarom ik niet kan komen? (punt 2)
  3. Heb ik een andere dag of een ander plan voorgesteld? (punt 3)
  4. Begin ik met een begroeting en eindig ik met mijn naam?
  5. Gebruik ik je/jij voor een collega in een informeel kaartje, en overal dezelfde vorm?
  6. Is de woordvolgorde na want goed (want ik moet werken)?
  7. Heeft het kaartje tussen de 20 en 40 woorden?

Focus op het examen

Onderdeel: Schrijven. Soort opdracht: formulieren en korte berichten (briefje, kaartje, korte e-mail).

  • Het echte examen: pen en papier, 40 minuten, 4 schrijfopdrachten. Volgens de officiële beschrijving: een formulier invullen, een of twee korte berichten schrijven, en een of twee korte open schrijfopdrachten. Deze les gaat over het formulier en het korte briefje. EX-A2.6 gaat over e-mails en korte teksten.
  • Het formulier: persoonlijke gegevens (naam, geboortedatum, adres, telefoon, e-mail), vakjes om aan te kruisen, en vaak een of twee korte antwoorden ("Waarom wilt u…?").
  • Het korte bericht: een briefje aan een buurman of buurvrouw, een kaartje aan een collega, een bericht aan een docent. Meestal moet je er 2 of 3 punten in zetten.

Veelgemaakte fouten

  1. Een vak leeg laten of in het verkeerde vak schrijven (een straatnaam bij "Woonplaats").
  2. Over maar twee van de drie punten schrijven.
  3. Geen begroeting of geen naam aan het eind van het briefje.
  4. Lange zinnen uit de opdracht overschrijven in plaats van zelf zinnen schrijven.
  5. Eén lange zin zonder punten of hoofdletters, of een handschrift dat de examinator niet kan lezen.

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email