Blog

Examentip: een korte tekst in drie delen

De korte schrijftaak is geen opdracht in creatief schrijven.

Last updated: 28-10-2026

Strategie

De korte schrijftaak is geen opdracht in creatief schrijven. De beoordelaars kijken eerst naar één ding: heb je over elk punt geschreven? Pas daarna kijken ze naar grammatica, woordenschat en de samenhang van de tekst. Maak dus eerst een plan en begin dan pas met typen.

1. Nummer de punten (1 minuut). Lees de opdracht en geef elk punt dat je moet behandelen een nummer. Veel opdrachten hebben vier of vijf punten. Schrijf de nummers op je kladpapier en zet er later een vinkje bij.

2. Gebruik drie delen (2 minuten plannen).

  • Inleiding (1 of 2 zinnen): wie je bent of waarom je schrijft, en waar de tekst over gaat. Schrijf het zo dat iemand die de opdracht niet kent, het ook begrijpt.
  • Kern (een korte alinea per punt of per twee punten): schrijf bij elk punt een zin plus een reden of een voorbeeld. Omdat, want en bijvoorbeeld helpen je hierbij.
  • Slot (1 of 2 zinnen): een conclusie, een wens, een idee of een vraag. In een e-mail sluit je af met een groet.

3. Laat de structuur zien met verbindingswoorden. Ten eerste … Daarnaast … Tot slot … gebruik je voor een opsomming; Aan de ene kant … aan de andere kant … voor voordelen en nadelen. Deze woorden staan op de eerste plaats in de zin, dus daarna komt het verbum: Daarnaast kan ik thuis rustiger werken.

4. Houd het eenvoudig en correct. Korte, correcte zinnen scoren beter dan lange zinnen met fouten. Gebruik woorden die je zeker kent. Het woordenboek is om te controleren, niet om moeilijke woorden te zoeken.

5. Controleer (laatste 3 tot 5 minuten). Heb je alle punten afgevinkt? Staat het verbum op de tweede plaats na een verbindingswoord? Staat het verbum aan het eind na omdat, als, dat? Heb je hoofdletters en punten gebruikt?

Open opdracht: reactie op een plan

Opdracht zoals op het examen (op het examen in het Nederlands):

Je werkt op een kantoor in Utrecht. Je leidinggevende wil dat alle medewerkers vanaf volgend jaar twee dagen per week thuiswerken. Hij vraagt iedereen om een korte reactie voor het teamoverleg.

Schrijf een tekst van ongeveer 120–150 woorden. Schrijf over:

- wat je van het plan vindt;

- een voordeel van thuiswerken;

- een nadeel van thuiswerken;

- hoe je werkdag nu is, in vergelijking met het plan;

- een idee om het plan beter te maken.

Je hebt 25 minuten.

Voorbeeldantwoord (je ziet dit na het inleveren):

Reactie op het plan voor thuiswerken

Ik heb het plan gelezen. Ik vind het een goed plan, maar ik heb ook een paar vragen.

Aan de ene kant is thuiswerken heel praktisch. Ik woon in Amersfoort en nu reis ik elke dag bijna anderhalf uur. Als ik twee dagen thuiswerk, heb ik meer tijd voor mijn gezin. Daarnaast kan ik thuis rustiger werken, want op kantoor praten mijn collega's veel.

Aan de andere kant zie ik mijn collega's dan minder vaak. Nu lunchen we elke dag samen en lossen we problemen snel op. Thuis is dat moeilijker.

Mijn idee is daarom: laat het hele team op dezelfde dagen op kantoor werken, bijvoorbeeld op dinsdag en donderdag. Dan zien we elkaar nog steeds en kunnen we samen overleggen.

Met vriendelijke groet,

Karim El Amrani

Checklist (ja/nee, voor de student en de docent):

  1. Heb je over alle vijf de punten geschreven?
  2. Heeft de tekst een inleiding, een middenstuk en een slot?
  3. Heb je minstens drie verbindingswoorden gebruikt (bijvoorbeeld ten eerste, daarnaast, aan de ene/andere kant, omdat, tot slot)?
  4. Staat het verbum op de tweede plaats na een verbindingswoord aan het begin van de zin (Daarnaast kan ik…)?
  5. Staat het verbum aan het eind na omdat, als en dat?
  6. Heb je elk punt uitgewerkt met een reden of een voorbeeld? Begrijpt iemand die de opdracht niet heeft gelezen je tekst?
  7. Heb je in je eigen woorden geschreven, met ongeveer 120 tot 150 woorden?

Focus op het examen

Onderdeel · Schrijven (computer, in totaal 100 minuten)

  • Soort opdracht · Korte schrijftaak. Wat je hier leert over structuur, helpt je ook bij de deelschrijftaak.
  • Zo ziet de echte opdracht eruit · Programma I heeft 8 zinstaken (elk een of twee zinnen), 2 deelschrijftaken (formulieren, korte delen van een tekst) en 2 korte schrijftaken. Bij een korte schrijftaak krijg je een situatie en een lijst met punten: je schrijft een e-mail, een kort verslag, een beschrijving of een reactie waarin alle punten staan. De meeste situaties gaan over werk of opleiding, sommige over het dagelijks leven. Je kiest zelf de volgorde van de opdrachten. Je mag een papieren NT2-pocketwoordenboek gebruiken. Neem ongeveer 20 tot 25 minuten per korte schrijftaak.
  • Veelgemaakte fouten · 1. Een van de punten vergeten. Ontbrekende inhoud kost meer punten dan een grammaticafout. · 2. Geen inleiding of slot: de tekst begint in het midden en stopt plotseling. · 3. Alleen "en … en … en": geen verbindingswoorden, dus de lezer kan de redenering niet volgen. · 4. Woordvolgorde na een verbindingswoord: Daarnaast ik vind → Daarnaast vind ik; en na omdat/als/dat staat het verbum aan het eind. · 5. Hele zinnen uit de opdracht overschrijven, of een tekst schrijven die je alleen begrijpt als je de opdracht hebt gelezen.

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email