Blog

Examentip: je laatste week voor het B2-examen

Voor het oefenexamen: maak per onderdeel een tijdsplan en schrijf het op.

Last updated: 28-10-2026

Strategie

Voor het oefenexamen: maak per onderdeel een tijdsplan en schrijf het op. Lezen: ongeveer 16 minuten per tekst. Schrijven: zinstaken 8 min, korte taak 15 min, middellange taak 22 min, controleren 5 min.

Tijdens het oefenexamen: doe alsof het het echte examen is. Niet pauzeren, niet opnieuw afspelen, niet in het transcript kijken. Mis je een vraag? Gok en ga door.

Na het oefenexamen: kijk niet alleen naar het totaal. Gebruik de tabel onder "Score en volgende stappen" om je twee zwakste soorten opdrachten te vinden. Besteed de rest van je voorbereiding daaraan. Eén zwakke soort opdracht verbeteren is meer waard dan vijf sterke nog beter maken.

De laatste week voor het echte examen:

  • Doe per onderdeel nog één oefenset met tijdslimiet, niets nieuws.
  • Lees je eigen verbeterde teksten nog eens en luister naar je opgenomen spreekantwoorden met de feedback van de docent.
  • Leer je vaste zinnen uit je hoofd (formele openingen en afsluitingen, zinnen om te presenteren en te argumenteren): zo heb je meer tijd om na te denken.
  • Controleer de praktische details op de officiële website: datum, locatie, identiteitsbewijs en wat je mag meenemen.
  • Slaap goed. Een vermoeid brein leest langzamer en hoort minder.

Open opdracht: Oefenexamen · Schrijven

Instructies: Drie opdrachten, in totaal 50 minuten. Je kiest zelf de volgorde. Typ je antwoorden. Je mag een papieren woordenboek gebruiken.

Opdracht 1 · Zinstaken (ongeveer 8 minuten). Maak elke zin af. Schrijf steeds één volledige zin.

# · Situatie en begin · Voorbeeldantwoord

  • 1 · U mailt uw docent. "Helaas kan ik morgen niet bij het werkcollege zijn, omdat …" · …ik een afspraak in het ziekenhuis heb.
  • 2 · U geeft feedback op een training. "De training was nuttig, hoewel …" · …sommige onderdelen wat te lang duurden.
  • 3 · U schrijft aan uw verhuurder over een lekkage. "Ik verzoek u …" · …de lekkage zo spoedig mogelijk te laten repareren.
  • 4 · U reageert op een vacature. "Zodra ik mijn diploma heb, …" · …kan ik direct bij u beginnen.

Opdracht 2 · Korte schrijftaak (ongeveer 15 minuten, 100 tot 150 woorden)

U heeft zich aangemeld voor de weekendcursus "Presenteren in het Nederlands" bij opleidingsinstituut Spreekkracht, op zaterdag 13 en zondag 14 maart. U heeft het cursusgeld van € 245 al betaald. U kunt op zaterdag niet, omdat u moet werken. Schrijf een e-mail aan het instituut:

  1. Leg uit wat er aan de hand is.
  2. Vraag of u kunt overstappen naar de volgende cursus.
  3. Vraag wat er met het cursusgeld gebeurt als dat niet kan.

Voorbeeldantwoord

Onderwerp: Weekendcursus Presenteren in het Nederlands, 13 en 14 maart

Geachte heer, mevrouw,

Op 2 februari heb ik mij aangemeld voor de weekendcursus "Presenteren in het Nederlands" op 13 en 14 maart. Het cursusgeld van € 245 heb ik inmiddels betaald.

Tot mijn spijt kan ik op zaterdag 13 maart niet aanwezig zijn. Mijn werkgever heeft mij onverwacht ingeroosterd voor een dienst die ik niet kan ruilen.

Graag zou ik daarom willen overstappen naar de volgende cursus. Zou u mij kunnen laten weten wanneer die plaatsvindt en of er nog plaats is? Mocht overstappen niet mogelijk zijn, dan verneem ik graag of u het cursusgeld geheel of gedeeltelijk kunt terugbetalen.

Bij voorbaat dank voor uw reactie.

Met vriendelijke groet,

Tarik Oumarou

Opdracht 3 · Middellange schrijftaak (ongeveer 22 minuten, 200 tot 250 woorden)

Uw werkgever wil dat meer medewerkers met de fiets naar het werk komen. In een enquête is aan medewerkers die nu níet fietsen gevraagd wat de belangrijkste reden is. Schrijf een tekst voor het personeelsblad. Vat de resultaten samen, zeg welke maatregel volgens u het meeste oplevert en waarom, ga in op een tegenargument en doe een concreet voorstel. (De cijfers zijn verzonnen.)

Belangrijkste reden om niet te fietsen · %

  • Afstand te groot · 38%
  • Geen douche of omkleedruimte · 24%
  • Route voelt onveilig · 21%
  • Het weer · 17%

Voorbeeldantwoord

Meer collega's op de fiets: begin bij de douche

Ons bedrijf wil dat meer medewerkers met de fiets naar het werk komen. Uit een enquête onder collega's die nu niet fietsen, blijkt dat de afstand de belangrijkste reden is: 38 procent vindt die te groot. Daarna volgen het ontbreken van een douche of omkleedruimte (24 procent) en een route die onveilig voelt (21 procent). Het weer noemt maar 17 procent.

Aan de afstand kan het bedrijf weinig veranderen. Ik denk daarom dat een goede douche- en omkleedruimte het meeste oplevert. Wie tien of vijftien kilometer fietst, komt vaak bezweet aan. Met een douche en kluisjes wordt fietsen voor een kwart van de niet-fietsers ineens een reële optie. Bovendien helpt een douche ook collega's die verder weg wonen en een e-bike overwegen.

Een tegenargument is dat een douche geld kost, terwijl de ruimte in ons gebouw beperkt is. Dat is waar. Toch weegt dat volgens mij niet op tegen de voordelen: we hebben minder parkeerplaatsen nodig, en collega's die fietsen, bewegen meer.

Mijn voorstel is om in de kelder twee douches en twintig kluisjes te laten plaatsen. Combineer dat met een fietsregeling voor e-bikes, zodat ook de afstand een kleiner probleem wordt. Na een jaar kunnen we met een nieuwe enquête kijken of het werkt.

Beoordelingsschema · Schrijven (docent, 0 = nog geen B2 · 1 = bijna · 2 = B2)

Criterium · Waar let je op · Opdracht 1 (per zin) · Opdracht 2 · Opdracht 3

  • Taakuitvoering · Alle punten van de opdracht behandeld; de zin past bij de situatie · 0-2 · 0-2 · 0-2
  • Samenhang en opbouw · Alinea's, logische volgorde, verbindingswoorden · n.v.t. · 0-2 · 0-2
  • Woordenschat en register · Precieze woorden, formeel waar nodig, geen tekst overgenomen uit de opdracht · n.v.t. · 0-2 · 0-2
  • Grammatica en spelling · Woordvolgorde, vormen van het verbum, congruentie; fouten maken de tekst niet onduidelijk · (al meegeteld bij Taakuitvoering) · 0-2 · 0-2
  • Maximum · 8 · 8 · 8

Totaal Schrijven: 24 punten.

Open opdracht: Oefenexamen · Spreken

Instructies: Neem elk antwoord op direct nadat je de opdracht hebt gelezen, zonder de opname te pauzeren. Korte opdrachten: ongeveer 20 seconden. Middellange opdrachten: ongeveer 30 seconden. Lange opdracht: 1 minuut voorbereiden, 2 minuten spreken.

# · Soort · Opdracht · Voorbeeldantwoord

  • 1 · Kort (20 s) · Een medestudent zegt: "Je was gisteren ziek, hè? Wil je mijn aantekeningen van het college?" Reageer. · Ja, graag! Dat is heel aardig van je. Kun je ze vanavond even mailen?
  • 2 · Kort (20 s) · Uw buurman vraagt of u zaterdag kunt helpen met verhuizen. U kunt niet. Reageer. · Wat jammer, zaterdag ben ik er helaas niet. Maar zondagochtend kan ik wel een paar uur helpen, als je wilt.
  • 3 · Middellang (30 s) · Uw leidinggevende vraagt wat u van de training van vorige week vond. Geef uw mening en een reden. · Ik vond de training heel nuttig. Vooral het deel over feedback geven kan ik direct in mijn werk gebruiken. Het enige minpunt was dat de middag wat lang duurde. Misschien kunnen we de volgende keer meer pauzes inplannen.
  • 4 · Middellang (30 s) · Een vriendin twijfelt tussen een nieuwe elektrische auto en een tweedehands benzineauto. Geef advies. · Dat hangt af van hoeveel je rijdt. Rijd je veel, dan zou ik een elektrische auto aanraden: die is duurder in aanschaf, maar goedkoper in gebruik. Rijd je weinig, dan is een tweedehands benzineauto waarschijnlijk voordeliger. Kijk ook of je thuis kunt laden.
  • 5 · Middellang (30 s) · U ziet het aantal bezoekers van een museum per dag: ma gesloten · di 300 · wo 450 · do 350 · vr 600 · za 1.100 · zo 1.300. Een groep toeristen vraagt wanneer ze het beste kunnen gaan. Leg uit en geef advies. · Het museum is op maandag gesloten. Het rustigst is het op dinsdag, met ongeveer driehonderd bezoekers. In het weekend is het meer dan drie keer zo druk. Ik zou de groep dus aanraden om op dinsdag te gaan, of anders op donderdag.
  • 6 · Middellang (30 s) · Iemand zegt: "Studenten moeten verplicht een jaar vrijwilligerswerk doen." Reageer: bent u het ermee eens? Waarom (niet)? · Ik begrijp het idee, want vrijwilligerswerk is goed voor de samenleving. Toch ben ik het er niet mee eens. Als je iets verplicht maakt, is het geen vrijwilligerswerk meer. Bovendien hebben veel studenten al een bijbaan om hun studie te betalen. Ik zou het liever stimuleren, bijvoorbeeld met studiepunten.
  • 7 · Lang (1 min voorbereiden, 2 min) · U ziet een lijngrafiek: "Gemiddeld aantal uur per dag dat jongeren (12–18 jaar) buiten school naar een scherm kijken": 2015: 3,1 · 2018: 3,8 · 2020: 5,2 · 2022: 4,6 · 2025: 4,4 (verzonnen cijfers). Beschrijf de ontwikkeling, geef een mogelijke verklaring en zeg wat scholen volgens u zouden moeten doen. · Zie het voorbeeld hieronder.

Voorbeeldantwoord, opdracht 7 (ongeveer 2 minuten)

Deze grafiek gaat over het aantal uren per dag dat jongeren tussen de twaalf en achttien jaar buiten school naar een scherm kijken, van 2015 tot 2025.

Allereerst valt op dat de schermtijd tot 2020 sterk is gestegen: van ongeveer drie uur per dag naar ruim vijf uur. 2020 is de piek. Daarna daalde de schermtijd weer, maar niet tot het oude niveau. In 2025 kijken jongeren nog steeds gemiddeld 4,4 uur per dag naar een scherm, ruim een uur meer dan in 2015.

Een mogelijke verklaring voor de piek in 2020 is de coronacrisis. Scholen waren een tijd dicht en jongeren konden hun vrienden alleen online zien. Dat de schermtijd daarna hoog is gebleven, komt waarschijnlijk doordat sociale media en games een vast onderdeel van hun leven zijn geworden.

Wat zouden scholen moeten doen? Ik vind niet dat scholen alles moeten oplossen; ouders spelen de belangrijkste rol. Toch kunnen scholen wel iets doen. Ze kunnen leerlingen leren hoe apps zijn ontworpen om je zo lang mogelijk vast te houden. Bovendien kunnen ze in de pauzes meer sport en activiteiten aanbieden, zodat jongeren minder naar hun telefoon grijpen.

Kortom: de schermtijd is na de piek iets gedaald, maar nog steeds hoog. Scholen kunnen helpen, maar alleen samen met de ouders.

Beoordelingsschema · Spreken (docent, per opdracht 0 = nog geen B2 · 1 = bijna · 2 = B2)

Criterium · Waar let je op

  • Taakuitvoering · Geeft antwoord op de echte vraag; alle delen gedaan; duidelijk standpunt als dat gevraagd wordt
  • Vloeiendheid en lengte · Vult de tijd; weinig lange pauzes of opnieuw beginnen
  • Woordenschat · Precies en gevarieerd; gebruikt vaste zinnen op een natuurlijke manier
  • Grammatica · Woordvolgorde en vormen van het verbum meestal correct, ook in langere zinnen
  • Uitspraak · Goed te verstaan, ook bij getallen en namen

Korte en middellange opdrachten (1 tot 6): geef een score voor Taakuitvoering en één totaalscore voor taal (elk 0-2), dus maximaal 4 per opdracht = 24. Lange opdracht (7): alle vijf criteria, maximaal 10. Totaal Spreken: 34 punten.

Focus op het examen

Onderdeel · Echt examen (programma II) · Dit oefenexamen

  • Lezen · 100 min · ongeveer 6 teksten · 36 meerkeuzevragen · papieren woordenboek toegestaan · 50 min · 3 teksten · 18 meerkeuzevragen
  • Luisteren · 90 min · ongeveer 40 meerkeuzevragen · 5+ audiofragmenten + 1 tot 3 video's · elk fragment hoor je één keer · 45 min · 5 fragmenten · 20 meerkeuzevragen · elk fragment hoor je één keer
  • Schrijven · 100 min · 7 tot 8 zinstaken, 1 tot 2 korte en 1 tot 2 middellange schrijftaken · eigen volgorde · woordenboek toegestaan · 50 min · 4 zinstaken, 1 korte en 1 middellange schrijftaak
  • Spreken · ongeveer 25 min · 4 korte (20 s), 8 middellange (30 s), 1 lange (2 min) · ongeveer 15 min · 2 korte, 4 middellange, 1 lange
  • Regels voor het oefenexamen: gebruik een timer; bij Lezen en Luisteren ga je niet terug; speel elk luisterfragment één keer af; gebruik een papieren woordenboek alleen bij Lezen en Schrijven, net als op het echte examen. Je mag het oefenexamen opsplitsen: Lezen + Luisteren op de ene dag, Schrijven + Spreken op een andere dag.
  • Veelgemaakte fouten bij een volledig oefenexamen:
  1. Te lang bezig zijn met de eerste leestekst en de laatste te snel doen.
  2. Je concentratie verliezen in de tweede helft van Luisteren.
  3. Zonder plan eerst de lange opdracht schrijven en dan geen tijd meer hebben voor de zinstaken (of andersom).
  4. Bij de lange opdracht te kort spreken door de zenuwen.

Score en volgende stappen

1. Lezen en luisteren (automatisch). Tel je goede antwoorden.

Onderdeel · Vragen · Waarschijnlijk geslaagd · Twijfelgeval · Nog niet

  • Lezen · 18 · 13 of meer (≥ 70%) · 11-12 · 10 of minder
  • Luisteren · 20 · 14 of meer (≥ 70%) · 12-13 · 11 of minder

2. Schrijven en spreken (docent). Gebruik de totalen van het beoordelingsschema.

Onderdeel · Punten · Waarschijnlijk geslaagd · Twijfelgeval · Nog niet

  • Schrijven · 24 · 17 of meer, en geen 0 voor Taakuitvoering · 13-16 · 12 of minder
  • Spreken · 34 · 24 of meer, en minstens 6 van de 10 bij de lange opdracht · 19-23 · 18 of minder

Deze grenzen zijn een ruwe indicatie, niet de officiële schaal. Op het echte examen wordt je score omgerekend naar een schaal waarop 500 voldoende is, en die omrekening is per examenversie anders. Zie "twijfelgeval" als "nog niet veilig".

3. Zoek je zwakke soorten opdrachten. Markeer elke vraag die je fout had en zoek op bij welke soort opdracht die hoort.

Soort opdracht · Vragen in het oefenexamen · Had je er 2 of meer fout? Herhaal dan

  • Lezen: onderwerp, tekstsoort, doelgroep · Lezen 1, 7 · EX-B2.2, stap 2 en 4
  • Lezen: functie van alinea's, betekenis in de context · Lezen 2, 4, 5, 9, 14, 16, 17 · EX-B2.2, stap 3 en 5 + de examentip over leesstrategie
  • Lezen: hoofdgedachte, mening, conclusies · Lezen 3, 6, 8, 10-13, 15, 18 · EX-B2.2, stap 5 (oefenset met tijdslimiet) en checkpoint
  • Luisteren: colleges en clips · Luisteren 5-8, 17-20 · EX-B2.3, stap 2 en 3
  • Luisteren: interviews en nieuws · Luisteren 1-4, 9-12 · EX-B2.3, stap 4
  • Luisteren: discussies · Luisteren 13-16 · EX-B2.3, stap 5
  • Schrijven: zinstaken · Schrijven opdracht 1 lager dan 6/8 · EX-B2.4, stap 3
  • Schrijven: korte formele tekst · Schrijven opdracht 2 lager dan 6/8 · EX-B2.4, stap 4 en 5 · herhaling B2.8
  • Schrijven: langere tekst met argumenten · Schrijven opdracht 3 lager dan 6/8 · EX-B2.5, stap 3 tot 5 · herhaling B2.9
  • Spreken: korte en middellange opdrachten · Spreken 1-6 lager dan 16/24 · EX-B2.7, stap 4 (opdracht B tot D)
  • Spreken: lange opdracht (presenteren) · Spreken 7 lager dan 6/10 · EX-B2.6, stap 3 en 4
  • Ergens tijd tekort komen · n.v.t. · EX-B2.1, Strategie

4. Daarna: doe de oefenset met tijdslimiet van de les die je herhaalt opnieuw, en maak het oefenexamen nog een keer, twee tot drie weken later. Ben je twee keer achter elkaar "waarschijnlijk geslaagd" voor alle vier de onderdelen? Dan ben je klaar om je in te schrijven.

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email