Blog

Examentip: luisteren als je het maar één keer hoort

Last updated: 28-10-2026

Strategie

1. Lees voordat je luistert. Gebruik de seconden vóór het fragment: lees de vraag en de drie antwoorden. Vraag je af: luister ik naar een tijd, een plaats, een reden of een actie?

2. Voorspel. Zijn de antwoorden drie tijden? Dan hoef je alleen getallen te horen. Begint de vraag met "Waarom…?"? Luister dan naar omdat, want, daarom of dus.

3. Luister tot het eind. Het antwoord komt vaak na een verandering: maar, nee, toch, sorry, eigenlijk, in plaats van. "De trein vertrekt niet van spoor 5, maar van spoor 8": het antwoord is 8.

4. Gebruik het beeld. In een video zie je waar mensen zijn (bij een balie, in een klaslokaal, in een winkel) en hoe ze zich voelen. Dat helpt bij vragen als "Waar zijn ze?" en "Hoe vindt hij het?".

5. Schrijf getallen snel op. Je mag op kladpapier schrijven als je dat op het examen krijgt. Anders onthoud je het getal en kies je meteen.

6. Laat nooit een antwoord leeg. Heb je het gemist? Streep door wat zeker fout is en kies. Het volgende fragment begint snel, en dat is een nieuwe kans.

Focus op het examen

Onderdeel: Luisteren. Soort opdracht: korte gesprekken, berichten, mededelingen en instructies (video en audio), meerkeuzevragen.

  • De echte opdracht: op de computer, 45 minuten, ongeveer 25 meerkeuzevragen. Je ziet de vraag, dan kijk je naar een korte video of luister je naar een audiofragment (gesprekken, voicemails, mededelingen, berichten van school of werk), en dan kies je het antwoord.
  • Wat de vragen vragen: tijden, datums, plaatsen, prijzen, wie wat doet, waarom iets gebeurt, en wat de luisteraar daarna moet doen.

Veelgemaakte fouten

  1. De vraag en de antwoorden niet lezen voordat het fragment begint. Dan weet je niet waar je naar moet luisteren.
  2. De eerste tijd of plaats kiezen die je hoort. Sprekers veranderen die vaak: "Om drie uur… nee, sorry, om half vier."
  3. Een antwoord kiezen omdat je een van de woorden ervan hebt gehoord (de zelfde-woord-valkuil).
  4. Nederlandse tijden door elkaar halen: half acht = 7.30, kwart over twee = 14.15, kwart voor drie = 14.45.
  5. In paniek raken door een onbekend woord en de rest missen. Het antwoord zit bijna nooit in één woord.

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email