Blog

Examentip: praktische teksten lezen

Last updated: 28-10-2026

Strategie

1. Eerst de vraag. Lees de vraag en onderstreep (in je hoofd) het belangrijkste woord: een dag, een prijs, een persoon, "wat moet u doen?". Nu weet je wat je zoekt.

2. Kijk naar de vorm van de tekst. Praktische teksten geven hints: een titel, een afzender, een datum, vetgedrukte woorden, een tabel, "Let op!". Een brief van de woningcorporatie gaat over je huis. Naar "Let op!" wordt bijna altijd gevraagd.

3. Eerst scannen, dan goed lezen. Ga snel met je ogen door de tekst tot je het belangrijke woord (of een getal) vindt. Lees dan die zin en de zin erna langzaam. De rest heb je bijna nooit nodig.

4. Pas op voor de valkuilen. Bij elke vraag zijn er twee foute antwoorden die er goed uitzien:

  • Hetzelfde woord, een andere betekenis. Het antwoord gebruikt een woord uit de tekst, maar zegt iets anders.
  • Waar, maar niet het antwoord. Het antwoord staat in de tekst, maar het is geen antwoord op deze vraag.
  • Staat niet in de tekst. Het klinkt logisch, maar de tekst zegt het nergens.

Streep door wat duidelijk fout is. Vergelijk daarna de laatste twee antwoorden met de zin in de tekst.

5. Reken goed. Is de vraag "wat betaalt ze?" Controleer dan: per persoon of in totaal? Kinderen of volwassenen? Een kortingskaart?

6. Let op de tijd. 65 minuten voor ongeveer 25 vragen is ongeveer 2,5 minuut per vraag. Duurt een vraag langer? Kies een antwoord, onthoud de vraag en ga door.

Focus op het examen

Onderdeel: Lezen. Soort opdracht: korte praktische teksten, meerkeuzevragen.

  • De echte opdracht: op de computer, 65 minuten, ongeveer 25 meerkeuzevragen over korte teksten uit het dagelijks leven: brieven en e-mails (van de gemeente, een school, een verhuurder, een werkgever), folders, roosters en openingstijden, advertenties, mededelingen en webpagina's. Bij elke tekst zijn er één of een paar vragen met drie antwoorden.
  • Waar de vragen over gaan: een detail (wanneer, waar, hoeveel), wat je moet doen, voor wie de tekst is, en waarom de tekst geschreven is.

Veelgemaakte fouten

  1. Eerst de hele tekst woord voor woord lezen, en aan het eind geen tijd meer hebben.
  2. Een antwoord kiezen omdat er hetzelfde woord in staat als in de tekst (de "zelfde-woord-valkuil"). Het goede antwoord gebruikt vaak andere woorden.
  3. Antwoorden met je gezonde verstand of je eigen ervaring, in plaats van met wat de tekst zegt.
  4. Kleine woorden missen die alles veranderen: niet, geen, nog, al, voor, na, tot en met.
  5. Getallen door elkaar halen: een prijs per persoon of de totaalprijs, een dag of een datum, 14.00 of 4 uur.

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email