List with separable verbs
Separable verbs are everywhere and behave a little different than normal verbs. Below you'll find a list of common separable verbs. Do you want to learn how to use them? Here you can find more information and a test-yourself-quiz.
# verbs
# lists
Explanation
List with separable verbs in Dutch - Learn Dutch practice and explanations
Here you can find more information about separable verbs and how to conjugate them.
- 1 Aanbieden
- 2 Aankomen
- 3 Aankunnen
- 4 Aanpakken
- 5 Aantrekken
- 6 Aanzetten
- 7 Afdrogen
- 8 Aflopen
- 9 Afmaken
- 10 Afnemen
- 11 Afronden
- 12 Afspreken
- 13 Afstuderen
- 14 Afvallen
- 15 Afwassen
- 16 Binnenkomen
- 17 Dichtdoen
- 18 Doorlopen
- 19 Inhalen
- 20 Inleveren
- 21 Innemen
- 22 Inpakken
- 23 Inschrijven
- 24 Insmeren
- 25 Instappen
- 26 Invoeren
- 27 Invullen
- 28 Klaarmaken
- 29 Langskomen
- 30 Nadenken
- 31 Neerzetten
- 32 Meenemen
- 33 Nakijken
- 34 Opbellen
- 35 Opeten
- 36 Ophalen
- 37 Opletten
- 38 Oplossen
- 39 Opnemen
- 40 Opruimen
- 41 Opschrijven
- 42 Opslaan
- 43 Opstaan
- 44 Opvallen
- 45 Opvoeden
- 46 Opzoeken
- 47 Overslaan
- 48 Oversteken
- 49 Samenwerken
- 50 Schoonmaken
- 51 Terugbrengen
- 52 Teruggaan
- 53 Toenemen
- 54 Uitdoen
- 55 Uitgaan
- 56 Uitleggen
- 57 Uitloggen
- 58 Uitnodigen
- 59 Uitslapen
- 60 Uitstappen
- 61 Uittrekken
- 62 Uitzetten
- 63 Uitzoeken
- 64 Vastzitten
- 65 Weggaan
- 66 Weggeven
- 67 Weggooien
- 1 To offer
- 2 Arrive
- 3 To manage / to control
- 4 Tackle
- 5 Attract
- 6 To turn on
- 7 To dry
- 8 To end
- 9 To finish
- 10 Decrease
- 11 Complete
- 12 Arrange
- 13 To graduate
- 14 To lose weight
- 15 Do the dishes
- 16 To come in
- 17 Close
- 18 Run through
- 19 To catch up
- 20 To hand in
- 21 Take
- 22 Packing up
- 23 Register
- 24 Smearing?
- 25 To get in
- 26 Enter
- 27 To fill in
- 28 Prepare
- 29 Come
- 30 To think?
- 31 To put down
- 32 Take with
- 33 Check
- 34 Call up
- 35 Eat
- 36 to pick up
- 37 Pay attention
- 38 To resolve
- 39 Record
- 40 To clean up
- 41 Write down
- 42 Save
- 43 Rise (from bed)
- 44 Stand out
- 45 Educate
- 46 To look up
- 47 Cross over
- 48 To skip
- 49 Collaborate
- 50 To clean
- 51 Return
- 52 Going back
- 53 Rising
- 54 Put out\turn off
- 55 Going out
- 56 To explain
- 57 Log out
- 58 To invite
- 59 Sleep in
- 60 To get off
- 61 Pull out
- 62 Turn of
- 63 investigate
- 64 Be stuck
- 65 Leave
- 66 To give away
- 67 Throw away
Discussion
het gaat goed en met jou