PRO: De Nederlandse basisschool

PRO: De Nederlandse basisschool

Last updated:  
Good for: B1 - B2

Hoe ziet een dag op een Nederlandse basisschool eruit? Hoe laat starten kinderen? Krijgen ze warm eten? Je leert het in deze podcast!

De Nederlandse basisschool

De Nederlandse basisschool

Vrijwel alle mensen die zijn opgegroeid in Nederland zijn ooit naar de basisschool gegaan. Of je nu bent opgegroeid in een dorp of midden in de stad, bijna iedereen heeft herinneringen aan een lokaal met kleine tafeltjes en een juf of meester die de dag opent met “Goedemorgen allemaal”. Bijna iedereen heeft ooit op een schoolplein gestaan waar vriendschappen ontstonden, ruzies werden uitgevochten en regels werden getest. De basisschool is meer dan alleen een plek om te leren lezen en rekenen: het is een mini-maatschappij waarin kinderen hun eerste stappen zetten in sociale omgang, verantwoordelijkheid en zelfbeeld.

In Nederland begint de basisschool meestal op vierjarige leeftijd, maar de schoolplicht geldt pas vanaf 5 jaar. Als een kind 5 jaar is, moet het dus naar school. Is er in Nederland ook de mogelijkheid om thuisonderwijs te volgen? Ja, maar dit is zeer ongebruikelijk. Het mag alleen als een kind vrijstelling van de leerplicht krijgt. Dat kan alleen in bijzondere gevallen. Bijvoorbeeld als de kinderen altijd reizen. Of als er geen school is die past bij de levensovertuiging van het gezin. Ook kan het zo zijn dat een kind om fysieke of psychische redenen niet naar school kan. In Nederland krijgen ongeveer 2000 of 3000 kinderen thuisonderwijs. De rest gaat dus naar de basisschool. 

Kinderen starten op de basisschool in groep 1. Vaak komen de kinderen eerst een paar ochtenden wennen. Ze mogen dan komen kijken hoe het gaat op school voor ze echt starten. Meestal starten ze in de week dat ze vier jaar oud worden.

Op de basisschool heb je meestal 8 groepen. Groep 1 tot en met 8. Een kind is vier of vijf jaar als het in groep 1 zit. De meeste kinderen zijn 11 of 12 jaar oud als ze de school verlaten. 

Groep 1 en 2 zijn de kleutergroepen. Een kleuter is een kind van 4 of 5 jaar oud. Deze kinderen leren nog niet echt lezen en schrijven. Het lokaal van groep 1 en 2 is daarom ingericht met hoeken: een bouwhoek, een huishoek, een leeshoek en misschien een knutseltafel. De kinderen leren via liedjes, gesprekken in de kring of met spelletjes. Ook leren ze vaak al wat letters en cijfers. Daarnaast spelen de kleuters veel buiten. 

Een leraar op de basisschool noem je vaak een leerkracht. Een vrouw noem je een juf en een man een meester. Op de meeste basisscholen gebruiken kinderen de voornaam van de juf of meester. Ze zeggen dus misschien “Meester Max” of “Juf Linda”.

In de kleutergroepen kijken de meesters en juffen vooral naar hoe kinderen zich sociaal en motorisch ontwikkelen. Ook kijken ze natuurlijk naar de taalontwikkeling. 

Als het kind naar groep 3 gaat, is het ongeveer 6 jaar oud. Op dat moment veranderen de lessen. In groep 3 begint het ‘echte werk’: leren lezen, schrijven en rekenen. Voor veel kinderen is dit een belangrijk moment. Ineens zijn er methodes, werkboekjes en vaste instructiemomenten. Het leren lezen is vaak een mijlpaal. Ook de rol van de leerkracht verandert een beetje. De juf of meester is naast een begeleider ook duidelijker een beoordelaar. Misschien krijgt het kind al toetsen of zelfs een klein beetje huiswerk. Dit verschilt per school. Op veel scholen is het niet gebruikelijk om in groep 3 al huiswerk te geven. Sommige basisscholen doen het ook in de hoge groepen bijna niet.  

De grootte van de groep verschilt sterk per basisschool. Er is geen wettelijk maximum. De school mag dus zelf een maximum kiezen. Het gemiddelde is 23 of 24 leerlingen per klas, maar op sommige populaire scholen zitten er meer dan 30 leerlingen in een groep. Ook zijn er scholen in kleine dorpen waar er zo weinig leerlingen zijn dat ze kinderen van verschillende leeftijden in een groep plaatsen. 

Het verschilt ook per school of de klassen homogeen of heterogeen zijn qua leeftijd. Sommige scholen kiezen ervoor kinderen uit groep 3, 4 en 5 samen in een klas te plaatsen. De meeste scholen kiezen echter voor homogene klassen, waar de leerlingen ongeveer dezelfde leeftijd hebben. 

Er zijn ook scholen die met een speciaal onderwijssysteem werken. Zo zijn er meer dan 150 Montessori basisscholen in Nederland. Ook de Vrije School, gebaseerd op de educatieve filosofie van Rudolf Steiner, is erg populair. En zo heb je nog veel meer vormen van bijzonder onderwijs. Zelf zat ik bijvoorbeeld op een Jenaplanschool. Ook heb je scholen die een bepaalde religieuze inslag hebben, bijvoorbeeld katholieke of islamitische scholen. Scholen met een speciale pedagogische of religieuze kijk, noem je bijzonder onderwijs. In Nederland maakt het niet uit of de school openbaar of bijzonder onderwijs aanbiedt. Die scholen worden allemaal gesteund met subsidies van de overheid. Er zijn in Nederland dus relatief weinig particuliere scholen. Onderwijs is in principe gratis, maar in de praktijk vragen scholen vaak een vrijwillige bijdrage aan ouders. Deze vrijwillige bijdrage gebruiken scholen om extra activiteiten te organiseren, zoals excursies. Het verschilt per school hoeveel geld ouders betalen. Meestal gaat het om rond de 100 euro per leerling per jaar, maar sommige scholen vragen meer. 

Laten we nu eens kijken hoe een typische dag op de basisschool eruitziet. 

Een typische schooldag begint rond half negen. Kinderen komen binnen, hangen hun jas op, zetten hun tas in de gang en zoeken hun plek in de klas. De dag start vaak met een kringmoment of een korte uitleg van wat er die dag gaat gebeuren. Het verschilt per leerjaar wat de leerlingen doen. Vanaf groep 3 zijn de leerlingen vooral bezig met taal, rekenen en wereldoriëntatie. Tussendoor is er tijd voor een pauze: even naar buiten, een koekje of stuk fruit, en spelen op het schoolplein.

Het buitenspelen is vaak ongestructureerd. Leraren houden toezicht, maar bemoeien zich verder niet met het spel van de kinderen. Het plein is een sociale leerschool waar kinderen leren onderhandelen, samenwerken, ruzie maken en het weer goedmaken. Leerkrachten houden toezicht, maar veel gebeurt buiten hun directe blikveld. Voor sommige kinderen is het plein de leukste plek van de schooldag; voor anderen is het juist een bron van spanning.

Rond de middag is er de lunchpauze. Op veel scholen eten kinderen hun boterhammen in de klas of de aula, onder toezicht van de leerkracht of een overblijfouder. De geur van kaas, pindakaas en hagelslag hoort onlosmakelijk bij de Nederlandse basisschool. De kinderen nemen hun brood meestal zelf mee. Ze hebben een broodtrommel en een drinkbeker of fles. Een basisschool heeft dus bijna nooit een kantine met warm eten. Op sommige scholen mogen kinderen tijdens de lunchpauze naar huis om daar te lunchen. Vroeger was dit heel normaal. In mijn tijd, in de jaren negentig, gingen veel kinderen uit mijn klas tussen de middag even naar huis om te lunchen. Tegenwoordig is dit voor veel gezinnen niet te doen. Vaak werken beide ouders en sommige kinderen wonen ver van school. Daarom kiezen de meeste basisscholen er nu voor om de leerlingen op school te laten lunchen. 

Na de lunch gaan de kinderen meestal even naar buiten om te spelen. Daarna volgt het middagprogramma, vaak met creatieve vakken, gym of projectmatig werken. 

Het Nederlandse basisschoolonderwijs werkt vaak met vaste lesmethodes voor taal, rekenen, spelling en begrijpend lezen. Deze methodes bepalen grotendeels het tempo en de inhoud van de lessen. Leerkrachten hebben enige vrijheid om dat aan te passen, maar zijn vaak gebonden aan leerdoelen en toetsmomenten. Sommige doelen zijn vastgesteld op landelijk niveau. En het verschilt per basisschool, maar op veel scholen maken kinderen al op jonge leeftijd toetsen, soms zonder dat ze het zelf echt zo ervaren. De resultaten worden bijgehouden in een computersysteem.

Toetsen spelen een grote rol in het systeem. Ze geven inzicht in het niveau van een leerling en helpen bepalen of extra ondersteuning nodig is. Tegelijkertijd is er ook kritiek op de toetscultuur. Sommige ouders en leerkrachten vinden dat er te veel nadruk ligt op meetbare prestaties, en te weinig op creativiteit, welzijn en persoonlijke ontwikkeling. Toch zijn toetsen diep verankerd in het systeem en vormen ze een belangrijk instrument voor scholen en inspectie. 

Aan het einde van de basisschool, in groep 8, maken alle leerlingen een eindtoets. De naam van die eindtoets is op dit moment doorstroomtoets. Vroeger heette de toets eindtoets of Cito-toets

De kinderen in groep 8 zijn ongeveer 11 jaar oud. Groep 8 is het laatste jaar. Daarna gaan de kinderen naar de middelbare school. In groep 8 geeft de leerkracht de kinderen het schooladvies. De ouders en het kind horen dan van de leraar naar wat voor soort middelbare school het kind kan gaan. Er zijn in Nederland verschillende soorten middelbare scholen, namelijk praktijkonderwijs, vmbo-basis, vmbo-kader, vmbo-gemengde leerweg, vmbo-theoretisch, havo en vwo. Binnen het vwo is er nog een verschil tussen het atheneum en het gymnasium. 

Voor iemand die niet opgegroeid is in Nederland, zijn deze verschillende onderwijsvormen misschien ingewikkeld. In het kort zijn sommige vormen van onderwijs meer praktijkgericht, andere zijn meer theoretisch van aard. De keuze voor de ene middelbare school of de andere, heeft veel invloed op de carrière van de leerling. Als je vwo doet, kun je later bijvoorbeeld naar de universiteit. Als je vmbo-basis doet, niet. De verschillende leerwegen zijn er om beter te differentiëren. Het idee is dat sommige leerlingen meer voordeel halen uit meer praktijkgericht onderwijs en anderen juist uit theoretisch onderwijs. 

Goed, de leraar in groep 8 geeft dus een advies. Laten we zeggen dat er een meisje is, ze heet Anna en ze is 11 jaar. Ze zit in groep 8. Haar leraar kijkt naar Anna’s toetsresultaten en naar haar werkhouding en persoonlijkheid. Op basis daarvan zegt de leraar dat Anna naar het vwo kan. Ze heeft goede resultaten en is erg goed in leren uit boeken. De leraar denkt dus dat het vwo goed bij Anna past. Anna mag met dit advies uit alle middelbare kiezen. Ze kan naar het vwo, maar ook naar onderwijsniveaus die meer praktijkgericht zijn. 

Laten we zeggen dat Anna een klasgenoot heeft. Alex. Alex heeft iets minder goede testresultaten, maar ook hij doet hard zijn best. De leraar denkt dat Alex het beste naar een school met vmbo-kader kan gaan. Alex kan met dit advies niet meer alle middelbare scholen kiezen. Hij kan zich bijvoorbeeld niet aanmelden op een vwo of havo school. Het idee is dat Alex het fijner zal hebben op een school met vmbo-kader en dat Anna het beste naar het vwo kan. 

Het schooladvies heeft vaak grote invloed op de toekomst van een leerling. Als Alex bijvoorbeeld huisarts wil worden, is dat nu moeilijk. De weg van de vmbo-kader naar een universitaire studie geneeskunde is erg lang en complex. Het idee is dat een opleiding tot dokter niet goed bij Alex past. De leraar denkt dat Alex beter een iets meer praktijkgerichte opleiding kan kiezen. 

Soms zijn leerlingen of ouders het niet met het schooladvies eens. Ze denken dan dat de leraar het kind niet goed kent en niet ziet wat het kind kan en wil. Het advies van de leraar is echter bindend. Het enige wat het advies kan veranderen is het resultaat van de doorstroomtoets, de eindtoets dus. Als het resultaat van die laatste, grote toets hoger is dan het advies van de leraar, dan geldt het resultaat van de toets meestal als advies. Kortom, als Alex een extreem goede toetsscore heeft, dan kan hij toch naar het vwo en uiteindelijk naar de universiteit. Maar die kans is heel klein, want de stap van vmbo-kader naar vwo is erg groot. Misschien zal Alex toetsresultaat iets hoger zijn dan het advies, maar het is niet waarschijnlijk dat het zoveel hoger is.

Veel leerlingen uit groep 8 voelen spanning rond de eindtoets. Ook voor veel ouders is het een spannend moment. Volgens sommigen is dit toetsmoment te vroeg. De leerlingen zijn nog erg jong en het heeft een grote impact op hun toekomst. Volgens anderen biedt het kinderen juist de mogelijkheid om in hun eigen tempo te leren en op een efficiënte, effectieve manier aan hun toekomst te werken. Ze zeggen dat het voor leerlingen erg frustrerend kan zijn naar doelen toe te werken die heel lastig voor hen zijn. 

Vaak vragen mensen zich af of het voor kinderen mogelijk is later van onderwijsniveau te wisselen. Het antwoord is ja. Als een kind bijvoorbeeld naar het vwo gaat, maar daar slechte cijfers heeft en heel hard zijn best moet doen, dan kan de leerling na een of twee jaar naar de havo gaan. Andersom kan natuurlijk ook. In theorie is het Nederlandse schoolsysteem dus flexibel. Toch voelt groep 8 voor veel gezinnen als een groot en definitief toetsmoment. 

Als je meer wil weten over het Nederlandse onderwijssysteem en termen als vwo, havo en vmbo, luister dan eens naar onze andere podcastaflevering over het onderwijssysteem.

Groep 8 draait trouwens niet alleen om die eindtoets hoor. Het is in veel opzichten een heel bijzonder jaar. De leerlingen nemen in dat jaar afscheid van de klasgenoten met wie ze jarenlang hebben samengewerkt en gespeeld. De meeste scholen organiseren in groep 8 een schoolmusical. De kinderen krijgen allemaal een rol in die musical en ouders en andere leerlingen mogen naar de voorstelling komen kijken. Ook gaat groep 8 vaak op kamp. Tijdens het schoolkamp slapen de leerlingen 1 of 2 nachten op een camping of boerderij. Ze doen allerlei leuke spellen en activiteiten.

Goed, even terug naar het klaslokaal. Een leraar heeft gemiddeld 23 of 24 leerlingen in de klas. Soms meer, soms minder. Alle leerlingen zijn uniek en het is moeilijk voor leraren om ieder kind op maat te bedienen. In bijna elke klas zijn er leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Dat kan gaan om leerproblemen, zoals dyslexie of rekenproblemen, maar ook om sociaal-emotionele uitdagingen. De basisschool heeft vaak een intern begeleider die samen met de leerkracht kijkt welke hulp nodig is. Soms krijgt een kind extra uitleg in een klein groepje, soms wordt er een extern specialist ingeschakeld.

Inclusief onderwijs is een belangrijk thema. Steeds meer kinderen met speciale onderwijsbehoeften blijven op de reguliere basisschool, in plaats van naar het speciaal onderwijs te gaan. Dit vraagt veel van leerkrachten, die hun aandacht moeten verdelen over een steeds diversere groep leerlingen. Het idee is dat kinderen zo leren omgaan met verschillen, maar in de praktijk is het vaak een grote uitdaging om iedereen de juiste begeleiding te geven.

Misschien is het ook nog interessant iets te vertellen over de relatie tussen de school en de ouders. De relatie tussen ouders en basisschool is intensief. Ouders brengen en halen hun kinderen, spreken de leerkracht op het schoolplein en krijgen nieuwsbrieven, rapporten en uitnodigingen voor ouderavonden. In de eerste jaren is er vaak veel contact. Ouders willen weten hoe hun kind het doet, of het zich prettig voelt.

Veel scholen stimuleren ouders om te helpen bij activiteiten, zoals schoolreisjes of leesbegeleiding. Soms is dit natuurlijk best moeilijk, vooral voor ouders die minder tijd hebben of de Nederlandse taal minder goed beheersen. Als je zelf kinderen hebt die naar de basisschool gaan, doe dan mee met activiteiten als je kan! Het is een mooie kans om je Nederlands te oefenen en andere ouders en leerlingen te leren kennen. 

Misschien vraag je je af wat ouders doen als ze beide lange dagen werken. De lengte van de schooldag verschilt per basisschool. Vaak gaan kinderen van half negen tot een uur of 15.00 naar school, maar op veel scholen is de schooldag wat korter op woensdag en soms ook op vrijdag. Soms zijn leerlingen dan al om 12.00 uur uit. Voor veel ouders is het lastig hun kinderen elke dag op te halen. Daarom maken veel mensen gebruiken van BSO. BSO staat voor Buitenschoolse Opvang. De BSO zorgt ervoor dat er activiteiten zijn voor kinderen buiten schooltijd. Ouders moeten hun kind hier zelf voor inschrijven. De BSO kost geld en er zijn vaak lange wachtlijsten. Sommige BSO’s verzorgen ook opvang voordat de schooldag begint. Sommige ouders willen hun kind namelijk al wat eerder naar school brengen, zodat ze op tijd op hun werk kunnen zijn. 

Het is trouwens ook heel normaal dat kinderen na een schooldag met een vriendje of vriendinnetje mee naar huis gaan. Soms regelen de ouders dit onderling, maar meestal maken kinderen hun speelafspraak zelf. Ze vragen aan het einde van de schooldag: “He, Sofie, wil jij misschien vandaag met mij spelen?” Op het schoolplein rennen Robin en Sofie naar hun ouders of verzorgers en regelen een afspraakje. Dit gebeurt vaak al in groep 1. Het is dus heel normaal dat kinderen in het huis van een ander spelen. 

In deze podcast heb ik trouwens vaak gesproken over ouders, maar eigenlijk moet ik de term ouders of verzorgers gebruiken. Veel kinderen worden namelijk verzorgd door andere familieleden of een pleeggezin. Meestal zijn veel mensen bij de opvoeding betrokken. Kijk maar eens op het schoolplein aan het einde van de dag. Het ene kind wordt opgehaald door de vader, de ander door oma en weer een ander door een oppas. Verzorgers is dus eigenlijk een betere term. 

Hoewel de nadruk vaak ligt op rekenen en taal, is de basisschool veel meer dan dat. Het is de plek waar kinderen leren samenwerken, presenteren, omgaan met teleurstellingen en successen vieren. Ze leren wat het betekent om onderdeel te zijn van een groep, om rekening te houden met anderen en om hun eigen plek te vinden.

De Nederlandse basisschool is voor velen een heel fijne, leuke tijd, maar ook een plek waar je te maken krijgt met werkdruk, diversiteit en prestatiedruk. Ook sociaal-emotioneel zijn er uitdagingen voor veel leerlingen. Voor veel mensen blijft de basisschool een plek vol herinneringen, van de eerste vriendjes tot de schoolmusical in groep 8. Het is een periode die misschien kort lijkt in jaren, maar groot is in invloed op wie iemand later wordt.


Woordenlijst

de basisschool primary school
het lokaal classroom
de juf female teacher
de meester male teacher
het schoolplein schoolyard
de vriendschap friendship
de ruzie quarrel
de regel rule
de mini-maatschappij mini-society
de omgang interaction
de verantwoordelijkheid responsibility
het zelfbeeld self-image
de schoolplicht compulsory education
het thuisonderwijs homeschooling
de vrijstelling exemption
de levensovertuiging belief system
de fysieke reden physical reason
de psychische reden mental reason
de groep group / class
de kleutergroep kindergarten group
de bouwhoek building corner
de huishoek play corner (house)
de leeshoek reading corner
de knutseltafel crafting table
het liedje song
de kring circle / group discussion
het spelletje small game
het cijfer number
de leerkracht teacher
de begeleider mentor / guide
de instructie instruction
het werkboekje workbook
het toetsmoment test moment
het huiswerk homework
de klas class
de leerling pupil / student
de ouder parent
de subsidie subsidy
de excursie excursion
het kringmoment circle time
de pauze break
het koekje cookie
het fruit fruit
de lunchpauze lunch break
de boterham sandwich
de broodtrommel lunchbox
de fles bottle
het middagprogramma afternoon program
het vak subject
de methode method
de leesvaardigheid reading skill
het computersysteem computer system
het instrument instrument / tool
de eindtoets final test
het schooladvies school advice
de middelbare school secondary school
het praktijkonderwijs practical education
het vmbo-basis VMBO basic
het vmbo-kader VMBO framework
het vmbo-gemengd VMBO mixed
het vmbo-theoretisch VMBO theoretical
de havo senior general secondary education
het vwo pre-university education
het atheneum atheneum (VWO track)
het gymnasium gymnasium (VWO track)
de carrière career
de werkhouding work attitude
het toetsresultaat test result
het schoolkamp school camp
het spel game
de intern begeleider internal supervisor
het speciaal onderwijs special education
de aandacht attention
de diversiteit diversity
de werkdruk workload
de prestatiedruk performance pressure
Opgegroeid zijn to have grown up
Herinneringen hebben aan to have memories of
De dag openen to start the day
Ontstaan to arise / to develop
Uitgevochten worden to be fought out
Getest worden to be tested
Een stap zetten to take a step
Voldoen aan de leerplicht to comply with compulsory education
Vrijstelling krijgen to get an exemption
Thuisonderwijs volgen to follow homeschooling
Wennen aan to get used to
Kijken hoe het gaat to see how it goes
Leren lezen to learn to read
Zich sociaal ontwikkelen to develop socially
Zich motorisch ontwikkelen to develop motor skills
Taalontwikkeling language development
Beoordelen to assess
Toetsen maken to take tests
Huiswerk geven to give homework
Samenwerken to cooperate
Ondersteuning bieden to provide support
Extra uitleg geven to give extra explanation
Extern specialist inschakelen to involve an external specialist
Omgaan met verschillen to deal with differences
Contact onderhouden to maintain contact
Helpen bij activiteiten to help with activities
Oefenen to practice
Mee naar huis gaan to go home with
Onderling regelen to arrange among themselves
Verzorgd worden door to be cared for by
Werkdruk ervaren to experience workload
Prestatiedruk voelen to feel performance pressure
Rekening houden met to take into account
Eigen plek vinden to find one’s own place
Herinneringen bewaren aan to keep memories of
Te maken krijgen met to deal with



Flashcards

Practice vocabulary of this Pro podcast episode

Practice

Loading...

Reacties

Wees de eerste die een reactie achterlaat

Sign in to leave a comment

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email (more)