De weg vragen

Verdwaald in een Nederlandse stad? Met een paar korte vragen vraag je iedereen de weg: Pardon, waar is het museum? Hoe kom ik bij het station? Is het ver? Je leert hoe je beleefd begint, welke woorden je gebruikt en hoe je het antwoord begrijpt.
Has Quiz
# woordvolgorde

1. Begin beleefd: Pardon …

Op straat vraag je iets aan iemand die je niet kent. Dan begin je beleefd en zeg je u. Deze twee openingszinnen zijn altijd goed:

Nederlands · Engels

  • Pardon, mag ik u iets vragen? · Excuse me, may I ask you something?
  • Sorry, weet u waar het station is? · Sorry, do you know where the station is?

Je kunt Pardon ook direct voor je vraag zetten: Pardon, waar is het museum?

2. Waar is …?

Waar is …? is de basisvraag. Daarna komt de plaats, met de of het.

Nederlands · Engels

  • Waar is het museum? · Where is the museum?
  • Waar is de bibliotheek? · Where is the library?

Meer dan één? Dan gebruik je zijn: Waar zijn de toiletten? (Where are the toilets?)

Bij een winkel of een bedrijf hoor je in de spreektaal ook vaak Waar zit …?: Waar zit de bakker? (Where's the baker's?) Dat is informeel. Waar is …? is altijd goed, dus dat gebruik je zelf.

3. Hoe kom ik bij … of naar …?

Met Hoe kom ik bij …? vraag je hoe je ergens komt. Voor een gebouw, een winkel of een persoon gebruik je meestal bij:

  • Hoe kom ik bij het stadhuis? · How do I get to the town hall?
  • Hoe kom ik bij de bakker? · How do I get to the baker's?

Naar kan hier ook: Hoe kom ik naar het station?

Voor een stad, een dorp of een deel van de stad gebruik je naar:

  • Hoe kom ik naar Utrecht? · How do I get to Utrecht?
  • Hoe kom ik naar het centrum? · How do I get to the town centre?

Waarom niet bij Utrecht? Bij een stad betekent in de buurt van die stad: Ik woon bij Utrecht = I live near Utrecht.

Let ook op het verbum: ik kom, zonder -t. Dus: Hoe kom ik …?

4. Is het ver? Hoe ver is het?

Daarna vraag je naar de afstand. Is het ver? is een ja/nee-vraag, dus het verbum staat vooraan.

Nederlands · Engels

  • Is het ver? · Is it far?
  • Is het dichtbij? · Is it nearby?
  • Hoe ver is het? · How far is it?

Antwoorden die je hoort:

  • Nee, het is dichtbij. · No, it's nearby.
  • Ja, het is ver. · Yes, it's far.
  • Het is vijf minuten lopen. · It's a five-minute walk.

5. Woordvolgorde: vraagwoord + verbum + subject

In een vraag met een vraagwoord ligt de volgorde vast: eerst het vraagwoord, dan het verbum, dan het subject.

Vraagwoord · Verbum · Subject + rest

  • Waar · is · het museum?
  • Hoe · kom · ik bij de kerk?
  • Hoe ver · is · het?

Geen vraagwoord? Dan staat het verbum vooraan: Is het ver? Dat is inversie, net als bij andere ja/nee-vragen.

Eén uitzondering: na Weet u waar …? gaat het verbum naar het eind: Weet u waar het station is? Leer dit als een vaste zin.

6. Het antwoord begrijpen en bedanken

Het antwoord is soms lang en snel. Je hoeft niet elk woord te verstaan: luister naar de belangrijkste woorden.

Nederlands · Engels

  • rechtdoor · straight on
  • links · left
  • rechts · right
  • dichtbij / ver · nearby / far

Bijvoorbeeld: Het museum? Hier rechtdoor en dan links. Het is vijf minuten lopen. (The museum? Straight on here and then left. It's a five-minute walk.)

Vaak wijzen mensen de weg met de imperatief, zoals Ga rechtdoor. Dat leer je in les A1.10. Voor nu zijn de belangrijkste woorden genoeg.

Aan het eind bedank je de ander. Tegen iemand die je niet kent zeg je u: Dank u wel! Vaak is het antwoord Graag gedaan! (You're welcome.)

Veelgemaakte fouten

Fout · Goed · Waarom

  • ✗ Waar is de station? · ✓ Waar is het station? · Station is een het-woord.
  • ✗ Hoe kom ik bij Utrecht? · ✓ Hoe kom ik naar Utrecht? · Een stad: naar. Bij Utrecht = in de buurt van Utrecht.
  • ✗ Hoe ik kom bij de kerk? · ✓ Hoe kom ik bij de kerk? · Eerst het vraagwoord, dan het verbum.
  • ✗ Weet u waar is het station? · ✓ Weet u waar het station is? · Na weet u waar staat is aan het eind.

In het kort

  • Begin beleefd en zeg u: Pardon, mag ik u iets vragen?
  • Waar is …? = Where is …? Bij een winkel hoor je ook het informele Waar zit …?
  • Hoe kom ik bij …? voor een gebouw, een winkel of een persoon; naar voor een stad of een deel van de stad, en ook voor een gebouw.
  • Is het ver? Hoe ver is het? Antwoorden: dichtbij, ver, vijf minuten lopen.
  • Vraagwoord + verbum + subject: Hoe kom ik bij de kerk?
  • Luister naar rechtdoor, links en rechts, en zeg Dank u wel!

Practice in Dutch

Loading...

Discussie

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email