Het regent, het is koud

Over het weer praat je in het Nederlands met het, net als met it in het Engels: het regent, het is koud. Je leert de twee patronen, hoe je een vraag stelt over het weer, de woordvolgorde na vandaag of morgen, en waarom de zon geen het nodig heeft.
Has Quiz
# pronomen
# woordvolgorde

1. Het: het subject van het weer

In het Engels zeg je it's raining. In het Nederlands zeg je het regent. Een zin over het weer heeft het als subject.

Dit het betekent niets. Het gaat niet over een ding. Maar een Nederlandse zin heeft een subject nodig, en het vult die plek. Het is een leeg subject, net als it in het Engels.

Nederlands · Engels

  • Het regent. · It's raining.
  • Het sneeuwt. · It's snowing.
  • Het waait. · It's windy.
  • Het is koud. · It's cold.

Er zijn dus twee patronen: het + een weerverbum (deel 2) en het is + een woord als koud of warm (deel 3).

2. Het + weerverbum: het verbum krijgt -t

De weerverba zijn regenen, sneeuwen en waaien. Met het heeft het verbum dezelfde vorm als met hij: de stam + -t, net als in hij werkt.

Verbum · Met het

  • regenen → regen + t · Het regent.
  • sneeuwen → sneeuw + t · Het sneeuwt.
  • waaien → waai + t · Het waait.

Je zegt dus het regent, niet het regen. Regen zonder -t is het substantief: de regen. Daarover lees je meer in deel 7.

3. Het is + koud, warm, mooi weer

Wil je zeggen hoe het weer is? Gebruik dan het is + een woord als koud, warm, zonnig of bewolkt.

Nederlands · Engels

  • Het is koud. · It's cold.
  • Het is warm. · It's warm.
  • Het is zonnig. · It's sunny.
  • Het is bewolkt. · It's cloudy.
  • Het is mooi weer. · The weather is nice.

Twee zinnen over het weer kun je verbinden met en: Het regent en het is koud. · It's raining and it's cold.

4. Vragen: het verbum eerst

Bij een ja/nee-vraag wissel je het en het verbum om: eerst het verbum, dan het. Dat is inversie.

Zin → Vraag

  • Het regent. → Regent het? · Is it raining?
  • Het is koud. → Is het koud? · Is it cold?
  • Het waait. → Waait het? · Is it windy?

De -t blijft staan: Regent het? Sneeuwt het?

5. Na vandaag of morgen: inversie

In een gewone zin (geen vraag) staat het verbum op plaats 2. Begin je met een tijdwoord als vandaag of morgen? Dan blijft het verbum op plaats 2, en komt het na het verbum. Ook dat is inversie.

Nederlands · Engels

  • Het regent vandaag. → Vandaag regent het. · It's raining today.
  • Morgen is het zonnig. · Tomorrow it will be sunny.
  • Morgen waait het. · Tomorrow it will be windy.

Voor morgen gebruik je vaak gewoon het presens: Morgen is het zonnig.

6. De zon schijnt: zonder het

De zon doet echt iets: hij schijnt. De zon is dus het subject, en je hebt geen het nodig.

Nederlands · Engels

  • De zon schijnt. · The sun is shining.
  • Schijnt de zon? · Is the sun shining?
  • Vandaag schijnt de zon. · The sun is shining today.

Bij een vraag of na een tijdwoord werkt het net zo: het verbum staat eerst of op plaats 2, en de zon komt direct daarna.

7. Substantief of verbum? De regen of regenen

Sommige weerwoorden zijn er als substantief en als verbum. Het substantief is een de-woord: de regen, de sneeuw, de wind. Wil je zeggen dat het regent, sneeuwt of waait? Dan heb je het verbum nodig.

Substantief · Verbum · Met het

  • de regen (the rain) · regenen · Het regent.
  • de sneeuw (the snow) · sneeuwen · Het sneeuwt.
  • de wind (the wind) · waaien · Het waait.

Let op bij wind: het verbum is waaien, een heel ander woord. Voor it's windy zeg je het waait.

Gaat het over de regen of de wind zelf? Dan gebruik je het substantief: De wind is koud. · The wind is cold.

En het weer? Daar is het gewoon het lidwoord: het weer = the weather. Hoe is het weer? · What's the weather like?

Veelgemaakte fouten

Fout · Goed · Waarom

  • ✗ Is koud. · ✓ Het is koud. · Een Nederlandse zin heeft een subject nodig.
  • ✗ Het is regenen. · ✓ Het regent. · Engels “is raining” is in het Nederlands één verbum: regent.
  • ✗ Is het regenen? · ✓ Regent het? · Vraag: eerst het verbum, dan het.
  • ✗ Het regen. · ✓ Het regent. · Regen is het substantief. Het verbum krijgt -t.
  • ✗ Vandaag het regent. · ✓ Vandaag regent het. · Tijdwoord vooraan → inversie.
  • ✗ Het schijnt. · ✓ De zon schijnt. · De zon is het subject. Het schijnt betekent “it seems”.

In het kort

  • Het is het subject van een zin over het weer, net als it: Het regent. Het is koud.
  • Het + weerverbum + -t: het regent, het sneeuwt, het waait.
  • Het is + een woord: het is koud, het is warm, het is mooi weer.
  • Vragen en tijdwoorden → inversie: Regent het? Vandaag regent het.
  • De zon is een echt subject: De zon schijnt. Zonder het.
  • de regen, de wind = substantieven. Met het gebruik je het verbum: het regent, het waait.

Practice in Dutch

Loading...

Discussie

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email