In het Engels zeg je it's raining. In het Nederlands zeg je het regent. Een zin over het weer heeft het als subject.
Dit het betekent niets. Het gaat niet over een ding. Maar een Nederlandse zin heeft een subject nodig, en het vult die plek. Het is een leeg subject, net als it in het Engels.
Nederlands · Engels
Er zijn dus twee patronen: het + een weerverbum (deel 2) en het is + een woord als koud of warm (deel 3).
De weerverba zijn regenen, sneeuwen en waaien. Met het heeft het verbum dezelfde vorm als met hij: de stam + -t, net als in hij werkt.
Verbum · Met het
Je zegt dus het regent, niet het regen. Regen zonder -t is het substantief: de regen. Daarover lees je meer in deel 7.
Wil je zeggen hoe het weer is? Gebruik dan het is + een woord als koud, warm, zonnig of bewolkt.
Nederlands · Engels
Twee zinnen over het weer kun je verbinden met en: Het regent en het is koud. · It's raining and it's cold.
Bij een ja/nee-vraag wissel je het en het verbum om: eerst het verbum, dan het. Dat is inversie.
Zin → Vraag
De -t blijft staan: Regent het? Sneeuwt het?
In een gewone zin (geen vraag) staat het verbum op plaats 2. Begin je met een tijdwoord als vandaag of morgen? Dan blijft het verbum op plaats 2, en komt het na het verbum. Ook dat is inversie.
Nederlands · Engels
Voor morgen gebruik je vaak gewoon het presens: Morgen is het zonnig.
De zon doet echt iets: hij schijnt. De zon is dus het subject, en je hebt geen het nodig.
Nederlands · Engels
Bij een vraag of na een tijdwoord werkt het net zo: het verbum staat eerst of op plaats 2, en de zon komt direct daarna.
Sommige weerwoorden zijn er als substantief en als verbum. Het substantief is een de-woord: de regen, de sneeuw, de wind. Wil je zeggen dat het regent, sneeuwt of waait? Dan heb je het verbum nodig.
Substantief · Verbum · Met het
Let op bij wind: het verbum is waaien, een heel ander woord. Voor it's windy zeg je het waait.
Gaat het over de regen of de wind zelf? Dan gebruik je het substantief: De wind is koud. · The wind is cold.
En het weer? Daar is het gewoon het lidwoord: het weer = the weather. Hoe is het weer? · What's the weather like?
Fout · Goed · Waarom
Test je kennis met 6 vragen.
Word Pro-lid voor toegang tot exclusieve content, privéthreads en steun onze groeiende community.
Nog geen reacties — begin het gesprek