Learn Dutch via email
NEWFind out your Dutch levelTake the short quiz free

Get to your Dutch Language goals improving regularly

Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Boost your progress with a weekly compilation of video lessons, podcast episodes, dutch grammar, stories, exercise pdfs and much more.


Free, cancel anytime
Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Hun of Hen?

Het verschil tussen HUN en HEN is niet voor iedereen duidelijk. Veel mensen weten dat HUN een bezittelijk voornaamwoord is.

Share&Save

Learn the theory

Het verschil tussen hun en hen in het Nederlands is vaak niet eens duidelijk voor moedertaalsprekers. Er zijn twee situaties waarin je "hun" gebruikt. De eerste is heel gemakkelijk en het belangrijkste:

1. Hun als een bezittelijk voornaamwoord

Als iets het bezit is van meerdere mensen, gebruik je "hun":
  • Dit is hun auto.
  • Hun dochter heet Julia.
  • Ik heb hun huis nog niet gezien.

2. Hun als meewerkend voorwerp (indirect object)

Hier wordt het moeilijker. In dit geval worden "hun" en "hen" vaak door elkaar gehaald.
  • Ik geef hun het boek.
  • I give them the book.
  • Ik geef het boek aan hen.
  • I give the book to them.
Zoals je ziet wordt "hun" gebruikt als je een meewerkend voorwerp zonder prepositie hebt, maar een prepositie wel mogelijk is.
Het is belangrijk om het verschil tussen een meewerkend voorwerp (zie boven) en lijdend voorwerp (zie onder) te kennen. "Hun" is nooit een lijdend voorwerp (direct object). In onderstaande voorbeelden is er ook geen prepositie mogelijk.
  • Ik zie hen.
  • I see them.
  • Hij tekent hen.
  • He draws them.
  • Zij ontslaat hen.
  • She fires them.
Je kunt ook het pronomen ze gebruiken.

Practice with exercises

a) De clown vermaakt de kinderen. De clown vermaakt ___ . b) Ik loop met Kees en Henk mee. Ik loop met __ mee. c) De eigenaar van het hotel raadde Peter en Alicia een restaurantje aan. De eigenaar van het hotel raadde ___ een restaurantje aan. d) Ik zal Rita en Lisa mijn auto lenen. Ik zal ___ mijn auto lenen. e) Ik kan mijn schoenen niet vinden. Ik kan __ niet vinden.

Solutions

a) De clown vermaakt de kinderen. De clown vermaakt hen/ze . b) Ik loop met Kees en Henk mee. Ik loop met hen/ze mee. c) De eigenaar van het hotel raadde Peter en Alicia een restaurantje aan. De eigenaar van het hotel raadde hun/ze een restaurantje aan. d) Ik zal Rita en Lisa mijn auto lenen. Ik zal hun/ze mijn auto lenen. e) Ik kan mijn schoenen niet vinden. Ik kan ze niet vinden. (you can't use hen to refer to things)

comments

Login to leave a comment

Related practice books!

See all books