In de indirecte rede vertel je wat iemand zei, zonder zijn woorden letterlijk te citeren. Wat je navertelt, is een bijzin. Met welk woord die bijzin begint, hangt af van wat er gezegd werd:
In het Engels kun je that weglaten (She said she was tired). In het Nederlands heb je altijd dat nodig. En Engels whether / if wordt of, nooit als.
Staat het verbum van zeggen in het verleden (zei, vroeg, beloofde, beweerde, gaf toe)? Dan gaat het verbum in de bijzin meestal een stap terug in de tijd:
Directe rede → indirecte rede
Modale verba schuiven op dezelfde manier: kan → kon, wil → wilde, moet → moest. En een imperfectum wordt vaak een plusquamperfectum: “Ik sprak gisteren met de koning.” → Hij zei dat hij de dag ervoor met de koning had gesproken.
Die verschuiving is in het Nederlands geen strenge regel. In twee gevallen mag het presens blijven.
Het verbum van zeggen staat in het presens (zegt, vraagt, beweert). Dan blijft de tijd hetzelfde. Alleen het pronomen verandert, als dat nodig is:
Het is nu nog steeds zo. In nieuwsberichten blijft het presens vaak staan bij feiten en situaties die niet veranderd zijn:
Twijfel je? Na een verbum van zeggen in het verleden is de verschoven vorm altijd goed: De minister zei dat het kabinet niet aftrad.
Je vertelt na vanuit jezelf, niet vanuit de spreker. Daarom verandert het pronomen: ik wordt hij of ze, mijn wordt zijn of haar, wij wordt ze.
Vertel je het later of ergens anders na? Dan veranderen ook de woorden voor tijd en plaats:
Directe rede → indirecte rede
Vorige week zei de minister: “Ik geef morgen hier een persconferentie.” → Vorige week zei de minister dat ze daar de volgende dag een persconferentie zou geven.
Is het moment niet veranderd? Dan blijft het woord staan: Vanochtend zei de minister dat ze morgen een besluit neemt. Het is nog dezelfde dag, dus morgen is nog steeds morgen.
Na dat, na of en na een vraagwoord komt een bijzin, dus alle verba staan aan het eind. Er is geen inversie, ook niet in een vraag die je navertelt.
Nederlands · Engels
Staat er een participium aan het eind? Dan zijn beide volgordes goed: dat ze het rapport nooit had ontvangen of nooit ontvangen had.
En na een citaat? Dan komt het verbum van zeggen direct na de komma, vóór het subject (inversie): “Het plan is klaar,” zei de minister.
Fout · Goed · Waarom
Test je kennis met 6 vragen.
Word Pro-lid voor toegang tot exclusieve content, privéthreads en steun onze groeiende community.
Nog geen reacties — begin het gesprek