Indirecte rede in de verleden tijd (Ze zei dat ze moe was)

In het nieuws hoor je vaak niet de precieze woorden van een politicus, maar wat hij of zij zei, vroeg, beloofde of ontkende: de indirecte rede. Je leert hoe het verbum een stap terug gaat in de tijd (is → was, zal → zou), wanneer het presens blijft en hoe het pronomen en tijdwoorden veranderen.
Has Quiz
# woordvolgorde

1. Zei dat, vroeg of, vroeg wanneer

In de indirecte rede vertel je wat iemand zei, zonder zijn woorden letterlijk te citeren. Wat je navertelt, is een bijzin. Met welk woord die bijzin begint, hangt af van wat er gezegd werd:

  • Een mededeling → dat: De minister zei: “Het plan is klaar.” → De minister zei dat het plan klaar was.
  • Een ja/nee-vraag → of: De journalist vroeg: “Komt er een nieuwe wet?” → De journalist vroeg of er een nieuwe wet kwam.
  • Een vraag met een vraagwoord → hetzelfde vraagwoord (wanneer, waarom, wat, wie, hoe, waar): Hij vroeg: “Wanneer begint het debat?” → Hij vroeg wanneer het debat begon.

In het Engels kun je that weglaten (She said she was tired). In het Nederlands heb je altijd dat nodig. En Engels whether / if wordt of, nooit als.

2. Zei, vroeg, beloofde: de tijd schuift terug

Staat het verbum van zeggen in het verleden (zei, vroeg, beloofde, beweerde, gaf toe)? Dan gaat het verbum in de bijzin meestal een stap terug in de tijd:

Directe rede → indirecte rede

  • presens → imperfectum: “Ik ben moe.” → Ze zei dat ze moe was.
  • presens → imperfectum: “Het kabinet gaat bezuinigen.” → De minister kondigde aan dat het kabinet ging bezuinigen. · The minister announced that the cabinet was going to make cuts.
  • perfectum → plusquamperfectum: “Ik heb het gedaan.” → Ze zei dat ze het had gedaan.
  • zal → zou: “Ik zal komen.” → Ze zei dat ze zou komen. / “We zullen de huren bevriezen.” → Ze beloofden dat ze de huren zouden bevriezen.
  • presens over de toekomst → zou: “We stemmen morgen.” → Ze zeiden dat ze de volgende dag zouden stemmen.
  • imperatief → moest: “Bel me morgen!” → Ze zei dat ik haar de volgende dag moest bellen.

Modale verba schuiven op dezelfde manier: kan → kon, wil → wilde, moet → moest. En een imperfectum wordt vaak een plusquamperfectum: “Ik sprak gisteren met de koning.” → Hij zei dat hij de dag ervoor met de koning had gesproken.

3. Wanneer het presens blijft

Die verschuiving is in het Nederlands geen strenge regel. In twee gevallen mag het presens blijven.

Het verbum van zeggen staat in het presens (zegt, vraagt, beweert). Dan blijft de tijd hetzelfde. Alleen het pronomen verandert, als dat nodig is:

  • “Ik ben trots op mijn team.” → Anouk zegt dat ze trots is op haar team.
  • “Komt er een nieuwe wet?” → De journalist vraagt of er een nieuwe wet komt.

Het is nu nog steeds zo. In nieuwsberichten blijft het presens vaak staan bij feiten en situaties die niet veranderd zijn:

  • De minister zei dat het kabinet niet aftreedt. · The minister said the cabinet isn't resigning. (Dat is nog steeds zo.)
  • De woordvoerder zei dat de Tweede Kamer 150 leden heeft. · The spokesperson said the House has 150 members. (Dat is altijd zo.)

Twijfel je? Na een verbum van zeggen in het verleden is de verschoven vorm altijd goed: De minister zei dat het kabinet niet aftrad.

4. Pronomen, tijd- en plaatswoorden

Je vertelt na vanuit jezelf, niet vanuit de spreker. Daarom verandert het pronomen: ik wordt hij of ze, mijn wordt zijn of haar, wij wordt ze.

  • “Ik heb mijn excuses aangeboden.” → De minister zei dat ze haar excuses had aangeboden.

Vertel je het later of ergens anders na? Dan veranderen ook de woorden voor tijd en plaats:

Directe rede → indirecte rede

  • vandaag → die dag
  • morgen → de volgende dag
  • gisteren → de dag ervoor
  • nu → toen
  • volgende week → de week erna
  • hier → daar

Vorige week zei de minister: “Ik geef morgen hier een persconferentie.” → Vorige week zei de minister dat ze daar de volgende dag een persconferentie zou geven.

Is het moment niet veranderd? Dan blijft het woord staan: Vanochtend zei de minister dat ze morgen een besluit neemt. Het is nog dezelfde dag, dus morgen is nog steeds morgen.

5. De woordvolgorde in de bijzin

Na dat, na of en na een vraagwoord komt een bijzin, dus alle verba staan aan het eind. Er is geen inversie, ook niet in een vraag die je navertelt.

Nederlands · Engels

  • De minister zei dat ze de belasting zou verlagen. · The minister said she would lower taxes.
  • De journalist vroeg waarom de minister had gelogen. · The journalist asked why the minister had lied.

Staat er een participium aan het eind? Dan zijn beide volgordes goed: dat ze het rapport nooit had ontvangen of nooit ontvangen had.

En na een citaat? Dan komt het verbum van zeggen direct na de komma, vóór het subject (inversie): “Het plan is klaar,” zei de minister.

Veelgemaakte fouten

Fout · Goed · Waarom

  • ✗ Hij vroeg als er een nieuwe wet kwam. · ✓ Hij vroeg of er een nieuwe wet kwam. · Engels whether/if = of.
  • ✗ Ze zei dat ze zou de belasting verlagen. · ✓ Ze zei dat ze de belasting zou verlagen. · Bijzin: de verba staan aan het eind.
  • ✗ Hij vroeg wanneer begon het debat. · ✓ Hij vroeg wanneer het debat begon. · Geen inversie in een vraag die je navertelt.
  • ✗ (Anouk: “mijn team”) Anouk zei dat ze trots was op mijn team. · ✓ Anouk zei dat ze trots was op haar team. · Het pronomen kies je vanuit jezelf.
  • ✗ (vorige week gezegd) Hij zei dat hij morgen zou stemmen. · ✓ Hij zei dat hij de volgende dag zou stemmen. · Morgen is de dag na vandaag.

In het kort

  • Mededeling → dat; ja/nee-vraag → of; vraagwoord → hetzelfde vraagwoord. Het is een bijzin, dus de verba staan aan het eind.
  • Verbum van zeggen in het verleden → de tijd schuift terug: is → was, heeft gedaan → had gedaan, zal → zou, een opdracht → moest.
  • Verbum van zeggen in het presens (zegt, vraagt), of nu nog steeds waar → het presens mag blijven.
  • Het pronomen kies je vanuit jezelf. Tijd- en plaatswoorden schuiven als het moment of de plaats veranderd is: morgen → de volgende dag, hier → daar.

Practice in Dutch

Loading...

Discussie

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email