In de spreektaal zeg je met een verbum wat er gebeurt. Formeel Nederlands stopt dezelfde handeling vaak in een substantief. Dat heet nominalisatie, en een tekst vol zulke substantieven heeft een nominale stijl: denk aan officiële brieven, rapporten en het nieuws.
Met een verbum · Met een substantief
De gewoonste manier: neem de infinitief, haal -en weg en zet er -ing achter. Een substantief met -ing is altijd een de-woord, en het meervoud eindigt op -en (de betalingen).
De spelling volgt de infinitief, niet de ik-vorm: verhog-en → de verhoging (ik verhoog). Een scheidbaar verbum blijft in het substantief heel: de opzegging, de afschaffing.
Je kunt ook elk verbum zonder verandering als substantief gebruiken: zet het voor de infinitief. Zo'n woord is altijd een het-woord, heeft geen meervoud en noemt de handeling zelf.
Nederlands · Engels
Vergelijk: de betaling is het resultaat, iets wat je kunt tellen (De betaling is binnen.). Het betalen is de handeling zelf (Het betalen ging snel.).
Niet elk verbum krijgt -ing. Soms is het substantief gewoon de stam, soms heeft het een eigen uitgang, en soms moet je het uit je hoofd leren, met het lidwoord erbij.
Verbum → substantief
De of het?
In formeel Nederlands vervangt een prepositie + substantief vaak een hele bijzin. De zin wordt korter, en je hoeft niet te zeggen wie wat doet.
Bijzin · Nominale stijl
Na, bij, door en ter zijn preposities: daarna komt een substantief. Met een bijzin gebruik je nadat, wanneer of doordat; in plaats van ter gebruik je om … te.
In vaste formele combinaties valt het lidwoord vaak weg: na ontvangst, na betaling, bij aankomst. Ter is een oude vorm van te + de. Je gebruikt het alleen in vaste combinaties, meestal met een woord op -ing: ter verhoging van, ter bestrijding van, ter voorbereiding op. Dus nooit ter de.
De nominale stijl is kort en zakelijk: voor na ontvangst van uw betaling heb je geen hele bijzin nodig, en je zegt niet wie iets doet. Dat past bij officiële brieven, rapporten en het nieuws.
Maar te veel substantieven maken een tekst zwaar, zeker in een rij van … van … van of met lege verba als plaatsvinden (to take place) en overgaan tot (to proceed to). Maak er dan weer verba van:
Vuistregel: één of twee van zulke substantieven per zin is prima. Als je praat of een vriend een berichtje stuurt, gebruik je gewoon verba.
Fout · Goed · Waarom
Test je kennis met 6 vragen.
Word Pro-lid voor toegang tot exclusieve content, privéthreads en steun onze groeiende community.
Nog geen reacties — begin het gesprek