Bij een dag van de week of een datum gebruik je op. In het Engels is dat on, dus dit is makkelijk.
Nederlands · Engels
Je kunt op ook weglaten: Ik werk maandag. Dat is ook goed. Zonder op bedoel je vaak de eerstvolgende maandag. Met op bedoel je vaak elke maandag.
Dagen en maanden schrijf je met een kleine letter: maandag, zondag, mei.
Bij een tijd op de klok gebruik je om. In het Engels is dat at.
Nederlands · Engels
Let op bij half: dat verwijst naar het volgende uur. Om half negen is om 8.30 uur, niet om 9.30 uur.
Een dag en een tijd samen? Eerst de dag, dan de tijd: Ik werk op maandag om negen uur.
Bij een langere periode gebruik je in: een maand, een seizoen of een jaar. Ook bij de week en het weekend.
Nederlands · Engels
In het weekend is een vaste combinatie. In het Engels zeg je at the weekend of on the weekend, maar in Nederland zeg je in het weekend. (In België hoor je ook op het weekend.)
Voor een deel van de dag heb je twee vormen. Ze betekenen hetzelfde.
Met in · Zonder prepositie · Engels
De vormen met 's hoor je heel vaak. Ze hebben geen prepositie: 's is een oude korte vorm van des (van de), en dat is al genoeg. Zeg dus nooit in 's avonds of op 's avonds.
Nederlands · Engels
Een dag en een deel van de dag? Maak er één woord van en gebruik op:
Dus: 's avonds zonder dag, maar op maandagavond met een dag.
Met elke heb je geen op, om of in nodig.
Nederlands · Engels
Weekend is een het-woord. Daarom wordt elke hier elk: elk weekend, elk jaar.
Dus nooit op elke dag of in elke week.
Fout · Goed · Waarom
Test je kennis met 6 vragen.
Word Pro-lid voor toegang tot exclusieve content, privéthreads en steun onze groeiende community.
Nog geen reacties — begin het gesprek