Op maandag, om acht uur: zo zeg je wanneer

Met op, om en in zeg je wanneer je iets doet: op maandag, om acht uur, in het weekend. Bij 's avonds en elke dag heb je zelfs geen prepositie nodig. Je leert welk woord past bij een dag, een tijd, een maand of een deel van de dag.
Has Quiz
# preposities

1. Op + een dag of een datum

Bij een dag van de week of een datum gebruik je op. In het Engels is dat on, dus dit is makkelijk.

Nederlands · Engels

  • Ik werk op maandag. · I work on Monday.
  • Ik heb op vrijdag les. · I have a class on Friday.
  • Mijn moeder komt op 3 mei. · My mother is coming on 3 May.

Je kunt op ook weglaten: Ik werk maandag. Dat is ook goed. Zonder op bedoel je vaak de eerstvolgende maandag. Met op bedoel je vaak elke maandag.

Dagen en maanden schrijf je met een kleine letter: maandag, zondag, mei.

2. Om + een tijd op de klok

Bij een tijd op de klok gebruik je om. In het Engels is dat at.

Nederlands · Engels

  • Ik begin om acht uur. · I start at eight o'clock.
  • De les is om tien uur. · The class is at ten o'clock.
  • Wij eten om half zeven. · We eat at half past six (6:30).

Let op bij half: dat verwijst naar het volgende uur. Om half negen is om 8.30 uur, niet om 9.30 uur.

Een dag en een tijd samen? Eerst de dag, dan de tijd: Ik werk op maandag om negen uur.

3. In + een maand, een seizoen, een jaar of het weekend

Bij een langere periode gebruik je in: een maand, een seizoen of een jaar. Ook bij de week en het weekend.

Nederlands · Engels

  • Wij gaan in mei naar Spanje. · We're going to Spain in May.
  • Ik fiets veel in de zomer. · I cycle a lot in summer.
  • Mijn zus komt in 2027 naar Nederland. · My sister is coming to the Netherlands in 2027.
  • Ik werk in de week, niet in het weekend. · I work during the week, not at the weekend.

In het weekend is een vaste combinatie. In het Engels zeg je at the weekend of on the weekend, maar in Nederland zeg je in het weekend. (In België hoor je ook op het weekend.)

4. 's ochtends, 's middags, 's avonds, 's nachts

Voor een deel van de dag heb je twee vormen. Ze betekenen hetzelfde.

Met in · Zonder prepositie · Engels

  • in de ochtend · 's ochtends · in the morning
  • in de middag · 's middags · in the afternoon
  • in de avond · 's avonds · in the evening
  • in de nacht · 's nachts · at night

De vormen met 's hoor je heel vaak. Ze hebben geen prepositie: 's is een oude korte vorm van des (van de), en dat is al genoeg. Zeg dus nooit in 's avonds of op 's avonds.

Nederlands · Engels

  • Ik kook altijd 's avonds. · I always cook in the evening.
  • Tom werkt in de middag en in de avond. · Tom works in the afternoon and in the evening.
  • Eva werkt soms 's nachts. · Eva sometimes works at night.

Een dag en een deel van de dag? Maak er één woord van en gebruik op:

  • Ik heb op maandagavond les. · I have a class on Monday evening.
  • Ik werk op zaterdagochtend. · I work on Saturday morning.

Dus: 's avonds zonder dag, maar op maandagavond met een dag.

5. Elke dag, elke week: geen prepositie

Met elke heb je geen op, om of in nodig.

Nederlands · Engels

  • Ik werk elke dag. · I work every day.
  • Ik bel mijn moeder elke week. · I call my mother every week.
  • Ik kook elke maandag. · I cook every Monday.
  • Ik werk elk weekend. · I work every weekend.

Weekend is een het-woord. Daarom wordt elke hier elk: elk weekend, elk jaar.

Dus nooit op elke dag of in elke week.

Veelgemaakte fouten

Fout · Goed · Waarom

  • ✗ Ik werk in maandag. · ✓ Ik werk op maandag. · Bij een dag hoort op.
  • ✗ Ik begin op acht uur. · ✓ Ik begin om acht uur. · Bij een tijd hoort om.
  • ✗ om half negen = 9.30 uur · ✓ om half negen = 8.30 uur · Half verwijst naar het volgende uur.
  • ✗ Ik werk om het weekend. · ✓ Ik werk in het weekend. · Om het weekend betekent: het ene weekend wel, het andere niet.
  • ✗ Ik kook in 's avonds. · ✓ Ik kook 's avonds. · Geen prepositie vóór 's.
  • ✗ Ik werk op Maandag. · ✓ Ik werk op maandag. · Dagen schrijf je zonder hoofdletter.

In het kort

  • op + een dag of een datum: op maandag, op 3 mei, op maandagavond.
  • om + een tijd: om acht uur, om half negen (8.30 uur).
  • in + een maand, een seizoen, een jaar, de week of het weekend: in mei, in de zomer, in 2026, in het weekend.
  • 's ochtends, 's middags, 's avonds, 's nachts: geen prepositie. Je kunt ook zeggen: in de ochtend, in de avond.
  • elke dag, elke week, elk weekend: geen prepositie.

Practice in Dutch

Loading...

Discussie

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email