Tegen één persoon zeg je in het Nederlands u of jij (korte vorm: je). U is formeel en beleefd. Jij/je is informeel. Tegen een groep zeg je jullie, of u in een formele situatie.
Je zegt u tegen:
Je zegt jij/je tegen:
In Nederland gaan mensen vaak snel over op jij. Iemand zegt dan bijvoorbeeld: Zeg maar jij. Dan weet je dat het mag. Twijfel je? Begin dan met u. Dat is de veilige keuze: hooguit klinkt het wat formeel.
Zeg je meneer of mevrouw? Dan hoort daar u bij: Mevrouw, kunt u mij helpen? · Madam, could you help me?
U betekent you, en in een gewone zin krijgt het verbum meestal dezelfde vorm als bij jij: stam + -t.
jij · u · Engels
Let op bij twee verba:
Bij kunnen en willen hoor je ook u kan en u wil. Dat is ook goed, en in België heel gewoon. In deze cursus gebruiken we u kunt en u wilt.
In een vraag staat het verbum vóór het subject (inversie). Na jij/je valt de -t dan weg: Werk jij…?, Waar werk je? Na u blijft de -t staan: Werkt u…?, Waar werkt u?
jij/je · u · Engels
Alleen bij jij/je valt de -t weg, en alleen als jij/je direct na het verbum staat. Bij u verandert het verbum nooit: u werkt en werkt u.
Wil je dat iemand iets voor je doet? Begin dan met Kunt u…? of Kun je…? Het tweede verbum staat aan het eind, als infinitief. Wilt u…? en Wil je…? werken net zo.
Nederlands · Engels
Mag ik…? is voor iedereen hetzelfde: Mag ik de rekening? Let ook op bij alsjeblieft en dank je wel: alstublieft en dank u wel horen bij u, alsjeblieft en dank je wel bij jij.
Ook het possessief pronomen heeft een formele en een informele vorm. Bij u hoort uw. Bij jij/je hoort jouw of je.
u · jij/je · Engels
Houd het in één zin hetzelfde: u hoort bij uw, jij/je bij jouw/je.
Fout · Goed · Waarom
Test je kennis met 6 vragen.
Word Pro-lid voor toegang tot exclusieve content, privéthreads en steun onze groeiende community.
Nog geen reacties — begin het gesprek