op
Verbum · Engels · Voorbeeld
- wachten op · wait for · Ik wacht op de bus.
- letten op · pay attention to · Let op de fietsers!
- rekenen op · count on · Je kunt op mij rekenen.
- reageren op · respond to · Hij reageert niet op mijn mail.
- lijken op · look like · Je lijkt op je moeder.
- passen op · look after · Wie past op de kinderen?
- stemmen op · vote for · Op welke partij stem jij?
- overstappen op · change to (transport) · In Utrecht stap je over op de trein naar Zwolle.
- zich voorbereiden op · prepare for · Ik bereid me voor op het examen.
- zich verheugen op · look forward to · We verheugen ons op de vakantie.
aan
Verbum · Engels · Voorbeeld
- denken aan · think of · Ik denk vaak aan mijn familie.
- twijfelen aan · doubt · Ik twijfel aan dat plan.
- meedoen aan · take part in · Doe je mee aan de fietstocht?
- wennen aan · get used to · Ik moet nog wennen aan het weer.
- werken aan · work on · Ze werkt aan een nieuw project.
- zich ergeren aan · be annoyed by · Ik erger me aan fietsers zonder licht.
van
Verbum · Engels · Voorbeeld
- houden van · love, like · Ik hou van lange fietstochten.
- genieten van · enjoy · We genieten van het mooie weer.
- afhangen van · depend on · Dat hangt af van het weer.
- schrikken van · be startled by · Ik schrok van die scooter.
naar
Verbum · Engels · Voorbeeld
- kijken naar · look at, watch · We kijken naar de wedstrijd.
- luisteren naar · listen to · Luister je naar de radio?
- zoeken naar · search for · Ze zoeken naar een oplossing.
- vragen naar · ask about, ask for (info) · Hij vroeg naar de weg.
- uitkijken naar · look forward to · Ik kijk uit naar het weekend.
over
Verbum · Engels · Voorbeeld
- praten over · talk about · Waar praten jullie over?
- nadenken over · think about, consider · Ik denk na over je voorstel.
- klagen over · complain about · Iedereen klaagt over de vertraging.
- gaan over · be about · Het boek gaat over de oorlog.
met
Verbum · Engels · Voorbeeld
- helpen met · help with · Kun je me helpen met mijn fiets?
- beginnen met · start (with) · We beginnen om negen uur met de les.
- stoppen met · stop, quit · Hij is gestopt met roken.
- trouwen met · marry · Ze trouwt met haar vriend.
- rekening houden met · take into account · Houd rekening met vertraging.
voor
Verbum · Engels · Voorbeeld
- zorgen voor · take care of; provide · Wie zorgt voor de hond?
- kiezen voor · choose, opt for · Ik kies voor de trein.
- slagen voor · pass (an exam) · Ze is geslaagd voor haar rijexamen.
- uitkijken voor · watch out for · Kijk uit voor de tram!
- zich interesseren voor · be interested in · Ik interesseer me voor politiek.
om, in, uit
Verbum · Engels · Voorbeeld
- vragen om · ask for · Hij vraagt om hulp.
- lachen om · laugh at/about · We lachten om zijn grap.
- geloven in · believe in · Ik geloof in dit plan.
- bestaan uit · consist of · De groep bestaat uit tien mensen.
Very helpful!