Verkleinwoorden in het Nederlands: -je, -tje, -pje, -etje en -kje

*Een kopje koffie, een broodje, een cadeautje*: Nederlanders zijn dol op *verkleinwoorden*. Ze maken dingen klein, maar net zo vaak vriendelijk, informeel of gezellig. Hier lees je hoe je ze maakt en wanneer je ze gebruikt.
Has Quiz

1. Welke uitgang? De vijf vormen

Verkleinwoorden in het Nederlands

De basisuitgang is -je. De klank aan het eind van het woord bepaalt of je een extra "hulpletter" nodig hebt.

Uitgang · Wanneer · Voorbeelden

  • -je · na de meeste medeklinkers (b, d, f, g, k, p, s, t, ch) · het huis → het huisje, het boek → het boekje, de hond → het hondje, de kat → het katje
  • -tje · na een klinker of tweeklank; na l, n, r, w als daarvoor een lange klinker, een tweeklank of een onbeklemtoonde e staat · de koe → het koetje, het cadeau → het cadeautje, de stoel → het stoeltje, de tuin → het tuintje, de deur → het deurtje, de tafel → het tafeltje, de vrouw → het vrouwtje
  • -pje · na m als daarvoor een lange klinker, een tweeklank, een onbeklemtoonde e of een medeklinker staat · de boom → het boompje, het raam → het raampje, de film → het filmpje, de bezem → het bezempje
  • -etje · na een korte, beklemtoonde klinker + l, m, n, r of ng; verdubbel de medeklinker (behalve ng) · de bal → het balletje, de kam → het kammetje, de man → het mannetje, de ster → het sterretje, de ring → het ringetje
  • -kje · na een onbeklemtoonde -ing: ng wordt nk · de koning → het koninkje, de woning → het woninkje, de tekening → het tekeninkje

Twee details over de spelling:

  • Eindigt een woord op één lange a, o of u, dan verdubbel je die klinker: de oma → het omaatje, de auto → het autootje, het menu → het menuutje.
  • Een paar woorden met een korte klinker + b, g of p krijgen ook -etje: de brug → het bruggetje, de weg → het weggetje.

2. Altijd het, meervoud met -s

Elk verkleinwoord is een het-woord, ook als het gewone substantief een de-woord is. Het meervoud eindigt altijd op -s.

Origineel · Verkleinwoord · Meervoud

  • de tafel · het tafeltje · de tafeltjes
  • de vrouw · het vrouwtje · de vrouwtjes
  • het huis · het huisje · de huisjes

Omdat het een het-woord is, gelden de gewone het-regels: dit/dat in plaats van deze/die, en geen -e aan het adjectief na een.

Nederlands · Engels

  • Dat kopje is van mij. · That cup is mine.
  • We huren een klein huisje aan zee. · We're renting a little house by the sea.
  • Het kleine huisje is al verhuurd. · The little house has already been rented.

3. Meer dan "klein"

Een verkleinwoord zegt vaak meer over een gevoel dan over de grootte.

Betekenis · Voorbeeld · Engels

  • klein · een boompje in de tuin · a little tree in the garden
  • genegenheid · mijn zusje · my little sister
  • informeel, prettig · Zullen we een biertje drinken? · Shall we have a beer?
  • kort, ontspannen · een weekendje weg, een dagje uit · a weekend away, a day out
  • beleefd, verzachtend · Heeft u even een momentje? · Do you have a moment?
  • kleinerend · Hij heeft een baantje bij de supermarkt. · He has a (little) job at the supermarket.

4. Woorden met een eigen betekenis

Sommige verkleinwoorden zijn een eigen woord geworden. Leer ze als woordenschat:

Verkleinwoord · Engels · Vergelijk

  • het meisje · girl · (de meid)
  • het kopje · cup · de kop: head; mug
  • het broodje · bread roll, sandwich · het brood: bread
  • het toetje · dessert
  • het koekje · biscuit · de koek: cake, gingerbread
  • het bonnetje · receipt · de bon: voucher, ticket
  • het uitje · outing, day out (also: small onion) · de ui: onion
  • het etentje · dinner (out) with friends · het eten: food
  • het tientje · ten-euro note · tien: ten

5. Verkleinwoorden op Nederlandse feestdagen

Feestdagen zitten er vol mee. Rond Sinterklaas krijg je cadeautjes en pepernootjes; op een verjaardag zijn er hapjes en zingt iemand een liedje; met Pasen zoeken kinderen paaseitjes; met Kerst steek je kaarsjes aan.

Nederlands · Engels

  • Sinterklaas brengt cadeautjes voor de kinderen. · Sinterklaas brings presents for the children.
  • Op het feestje waren er lekkere hapjes. · There were tasty snacks at the party.
  • We zingen een liedje voor oma. · We sing a song for grandma.

Veelgemaakte fouten

Fout · Goed · Waarom

  • de huisje · het huisje · Verkleinwoorden zijn altijd het-woorden.
  • een kleine huisje · een klein huisje · Het-woord na een: geen -e.
  • die kopje · dat kopje · Het-woord: dat, niet die.
  • het boomtje · het boompje · Na m: -pje.
  • het balje · het balletje · Korte klinker + l: dubbele l + -etje.
  • het koningje · het koninkje · Onbeklemtoonde -ing: -inkje.
  • het autotje · het autootje · Een o aan het eind wordt dubbel vóór -tje.
  • de huisjen · de huisjes · Meervoud van een verkleinwoord: -s.

Oefenen

Loading...

Flashcards

Oefen de verkleinwoorden!

15 kaarten

Discussie

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email