Learn Dutch via email

Get to your Dutch Language goals improving regularly

Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Boost your progress with a weekly compilation of video lessons, podcast episodes, dutch grammar, stories, exercise pdfs and much more.

Always free, cancel anytime
Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Hoe je waar + prepositie kunt gebruiken

Misschien heb je zinnen zien beginnen met waar, terwijl de zin niets te maken heeft met een locatie (waar). Hieronder gaan we uitleggen waarom dit zo is en je kunt je kennis testen met de gratis Nederlandse grammatica-oefening.

Share&Save

Learn the theory

Waar + prepositie in vragen

In het Nederlands kun je een zin starten met waar als je naar een locatie vraagt. Dit is makkelijk, het lijkt op het Engels.

  • Waar is de dichtstbijzijnde pinautomaat?

  • Where is the nearest ATM?

  • Waar woon je?

  • Where do you live?

Maar je kunt een vraag ook starten met waar als er een prepositie bij betrokken is. Laten we weer naar een paar voorbeelden kijken:

  • Waar praten jullie over? / Waarover praten jullie?

  • What are you talking about?

  • Praten over

  • Waar luister je naar? Waarnaar luister je?

  • What are you listening to?

  • Luisteren naar

  • Waar houdt hij van? Waarvan houdt hij?

  • What does he love?

  • Houden van

As you can see you have two options: separating waar from the preposition or keep the two parts together. The first option is most common, but the second option might be easier for Dutch learners.

Zoals je ziet heb je twee opties: Je kunt waar van de prepositie scheiden of je kunt de twee delen samenvoegen. De eerste optie wordt het meest gebruikt, maar de tweede optie is misschien gemakkelijk voor je.

Hou er rekening mee dat de preposities met en toe veranderen in deze constructie:

  • Waar schrijf je mee? / Waarmee schrijf je?

  • What do you write with?

  • Schrijven met

  • Waar is toe besloten? / Waartoe is besloten?

  • What has been decided?

  • Besluiten tot

Als het om een persoon gaat, gebruik je een andere constructie:

  • Over wie praten jullie?

  • About who do you talk?

  • Praten over

  • Naar wie luisteren jullie?

  • To who do you listen?

  • Luisteren naar

  • Van wie houdt hij?

  • Who does he love?

  • Houden van

Je ziet deze constructie ook in de relatieve bijzin.