In een hoofdzin staat het vervoegde verbum op plaats 2 en staan de andere verba aan het eind. In een bijzin (na dat, of, omdat, als, die …) gaat het vervoegde verbum ook naar het eind. Samen vormen ze een werkwoordcluster.
Hoofdzin → bijzin
Het subject, het object, niet en tijdwoorden staan vóór de cluster, nooit tussen de verba. Een scheidbaar verbum mag je wel splitsen: het eerste deel kan dan vóór de cluster staan. dat hij zich had moeten inschrijven en dat hij zich in had moeten schrijven zijn allebei goed.
Bij een modaal verbum (kunnen, moeten, mogen, willen, zullen) staat het modale verbum meestal eerst en de infinitief achteraan:
Nederlands · Engels
De andere volgorde (dat ik de huur nog betalen kan) is ook goed, maar minder gewoon. Je hoort hem vooral in het noordoosten van Nederland. Gebruik zelf kan betalen.
In het perfectum of plusquamperfectum krijgt een modaal verbum + infinitief heeft of had. Het modale verbum wordt dan geen participium (gemoeten, gekund), maar blijft een infinitief. Dat heet de dubbele infinitief.
In een bijzin heeft de cluster dan één volgorde: vervoegd verbum → modaal verbum → hoofdverbum.
Nederlands · Engels
✓ had moeten bellen · ✗ had gemoeten bellen · ✗ moeten bellen had · ✗ bellen had moeten.
Laten, gaan, blijven, zien, horen, helpen en leren doen in het perfectum hetzelfde: dat ze de woning heeft laten taxeren, dat ze bij hun ouders zijn blijven wonen, dat we drie huizen zijn gaan bekijken.
Alleen als er geen tweede verbum is, wordt een modaal verbum een participium: Een huis kopen? Dat hebben we nooit gekund.
Sommige verba krijgen te + infinitief: proberen, beginnen, hoeven, weten (manage to) … In een bijzin staat de infinitief met te achteraan, met te direct voor de infinitief:
Nederlands · Engels
In het perfectum heeft proberen drie goede vormen. De eerste twee zijn overal standaardtaal, de derde in Nederland:
Gebruik je de infinitief proberen? Dan kan er niets tussen proberen en te staan: ✗ dat hij heeft proberen de verhuurder te bellen. Met beginnen werkt het net zo: dat ze een nieuw huis is beginnen te zoeken.
Zit er een participium in de cluster (perfectum of passieve vorm)? Dan mag je de volgorde kiezen. Die heten de rode volgorde (hulpwerkwoord eerst) en de groene volgorde (participium eerst). Ze zijn allebei goed.
Rood · Groen
In de spreektaal is de groene volgorde gewoner. In kranten zie je steeds vaker de rode volgorde.
Bij drie verba met een participium zet je het participium vooraan of helemaal achteraan: dat er meer huizen gebouwd moeten worden of dat er meer huizen moeten worden gebouwd. (In België hoor je vaak moeten gebouwd worden.)
Fout · Goed · Waarom
Test je kennis met 6 vragen.
Word Pro-lid voor toegang tot exclusieve content, privéthreads en steun onze groeiende community.
Nog geen reacties — begin het gesprek