Gids inburgering

Zo bereid je je voor op het inburgeringsexamen A2

Hoe het inburgeringsexamen op A2 eruitziet, welke lessen van ons leerpad je nodig hebt en hoe we je helpen om te slagen.

Bijgewerkt: oktober 2026 · 23 min lezen

Met het inburgeringsexamen op A2 laat je zien dat je je in het dagelijks leven in het Nederlands redt: een brief van de gemeente lezen, een omroepbericht op het station volgen, een formulier invullen en een eenvoudig gesprek voeren. Je doet dit examen als je inburgering begon onder de Wet inburgering 2013, als je vrijwillig inburgert (bijvoorbeeld om te naturaliseren), of als je gemeente je laat overstappen van de B1-route naar A2. A2 is ook het niveau dat de IND op dit moment vraagt als je naturalisatie aanvraagt.

Deze pagina hoort bij onze gids Zo werkt het inburgeringsexamen. Daar lees je welke examens er zijn, wat ze kosten en hoe je ze boekt.

Zo ziet het A2-examen eruit

Het examen bestaat uit verschillende onderdelen. Je doet ze op een examenlocatie, als je wilt één voor één, en voor elk onderdeel slaag je of zak je.

  • Lezen (65 minuten): korte praktische teksten zoals brieven, folders, dienstregelingen en advertenties.
  • Luisteren (45 minuten): korte gesprekken, omroepberichten en instructies.
  • Schrijven (40 minuten): formulieren invullen en korte berichtjes en e-mails schrijven.
  • Spreken (35 minuten): reageren op situaties uit het dagelijks leven, vragen beantwoorden en beschrijven wat je ziet.
  • Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM, 45 minuten), een apart examen naast de vier taalexamens: korte situaties uit het dagelijks leven in Nederland, van een huis huren en naar de huisarts gaan tot school, werk, geld en hoe het land bestuurd wordt.
  • ONA, als het voor jou geldt (de wet van 2013 of vrijwillige inburgering, tenzij je een vrijstelling hebt): een portfolio over het werk dat je wilt doen, gevolgd door een eindgesprek of een ONA-cursus.

Een e-mail schrijven op A2

Na het formulier en de korte berichtjes heeft het schrijfexamen één of twee open opdrachten: een e-mail, een brief of een korte tekst over een situatie. In de opdracht staat aan wie je schrijft en welke punten erin moeten, meestal drie.

1. Wie is de lezer?

  • Iemand die je goed kent (een vriend, een buur, een collega): informeel. Hoi of Beste + voornaam, je/jij, Groetjes.
  • Iemand die je niet kent (een bedrijf, de gemeente, een verhuurder): formeel. Geachte heer, mevrouw, of Beste mevrouw Jansen, u, Met vriendelijke groet.
  • Houd dezelfde stijl aan, van de aanhef tot de afsluiting.

2. Schrijf over elk punt

Schrijf één of twee zinnen bij elk punt uit de opdracht. Het punt dat mensen het vaakst vergeten, is het laatste: wat je wilt.

3. Houd het eenvoudig

Een korte, correcte e-mail levert evenveel punten op als een lange, met minder kans op fouten. Korte hoofdzinnen zijn genoeg. Bijvoorbeeld om vandaag af te zeggen en een andere dag voor te stellen:

Hoi Peter, ik kan vandaag niet komen, want ik moet werken. Kunnen we zondag afspreken? Groetjes, Anna

4. Controleer voordat je stopt

Aanhef, elk punt, een duidelijke vraag, een afsluiting en je naam. Staat het werkwoord in een hoofdzin op de tweede plaats, en aan het eind na omdat, als en toen?

Handige zinnen

  • Uitnodigen: Ik wil je uitnodigen voor… · Het begint om… · Kom je ook?
  • Afzeggen: Helaas kan ik niet komen, want… · Kunnen we een andere dag afspreken?
  • Vragen: Ik heb een vraag over… · Kunt u mij laten weten…?
  • Klagen: Helaas is … kapot. · Ik wil graag een nieuwe…

Veelgemaakte fouten

  • Formeel en informeel door elkaar: Geachte heer, en dan je en Groetjes.
  • Een van de punten vergeten, vaak het laatste.
  • Het verhaal vertellen, maar nergens om vragen.
  • Woordvolgorde: niet Morgen ik kan afspreken maar Morgen kan ik afspreken; niet omdat ik ben ziek maar omdat ik ziek ben.

Spreken zonder zenuwen

Veel cursisten bewaren Spreken tot het laatst, omdat ze het spannend vinden. Dat hoeft niet: het examen beloont duidelijk en correct Nederlands, geen moeilijke woorden.

  • Houd het eenvoudig. Voor fouten verlies je punten, en moeilijke grammatica of bijzondere woorden leveren geen extra punten op.
  • Beantwoord elk deel van de vraag. Heeft een vraag twee delen, beantwoord ze dan allebei.
  • Zeg een hele zin: niet pizza, maar Ik eet graag pizza.
  • Blijf praten. Stilte levert niets op. Een kort, volledig antwoord is beter dan een lang antwoord dat niet af is.
  • Oefen hardop, met een timer, en neem jezelf op.

Bijvoorbeeld: een vriend belt terwijl je aan het werk bent. Eenvoudig en correct: Hoi! Ik ben op mijn werk, dus ik kan nu niet bellen. Ik bel je vanavond. Een langer antwoord met moeilijke woorden levert geen extra punten op, alleen meer kans op fouten.

ONA: het portfolio en het eindgesprek

ONA (Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt) hoort bij je examen als je inburgert onder de Wet inburgering 2013 of vrijwillig inburgert. Onder de Wet inburgering 2021 doe je geen ONA: dan doe je de MAP bij je gemeente. In je brieven van DUO en in Mijn Inburgering zie je wat voor jou geldt.

ONA bestaat uit twee delen:

  • Het portfolio: 8 resultaatkaarten, allemaal over één beroep dat je wilt, plus bewijzen zoals vacatures, een cv, een sollicitatiebrief en sollicitatieformulieren in het Nederlands. DUO controleert je portfolio.
  • Daarna een eindgesprek van ongeveer 30 minuten over je kaarten, of een ONA-cursus van 64 uur bij een erkende inburgeringsschool.

De 8 resultaatkaarten

  • Beroepenoriëntatie: welke beroepen bij je passen, en welk beroep je kiest.
  • Realistisch beroepsbeeld: wat het werk echt is: taken, werktijden, voorwaarden, en of het bij je leven past.
  • Je eigenschappen kennen: je eigenschappen en vaardigheden, met voorbeelden.
  • Beroepskansen: waar je vacatures vindt en hoeveel er zijn, met echte vacatures.
  • Beroepscompetenties: welke opleiding of welk diploma je nodig hebt, wat dat kost, en je plan.
  • Netwerk opbouwen: wie je kan helpen om werk te vinden, en hoe je meer mensen leert kennen.
  • Werk vinden: hoe je werk zoekt, met een cv, een sollicitatiebrief en sollicitatieformulieren in het Nederlands.
  • Werkcultuur: hoe werk in Nederland anders is dan in je eigen land.

Zo bereid je je voor

Kies een beroep dat je echt wilt en dat haalbaar is. Zoek zelf informatie op en praat met mensen die het werk doen. Schrijf korte, eerlijke antwoorden in je eigen woorden, en houd bij waar je je informatie hebt gevonden.

In het eindgesprek stellen de examinatoren vragen over je kaarten: Waarom dit beroep? Wat zijn je sterke kanten? Waar heb je vacatures gevonden? Wat is je volgende stap? Oefen elk antwoord hardop in twee of drie zinnen, met één echt voorbeeld. Kleine grammaticafouten zijn geen probleem: ze willen zien dat je je eigen plan begrijpt. Begrijp je een vraag niet, vraag dan: Kunt u de vraag herhalen?

Veelgemaakte fouten

  • Kaarten over verschillende beroepen: alle 8 kaarten gaan over hetzelfde beroep.
  • Bewijzen die ontbreken: geen vacatures, cv, sollicitatiebrief of sollicitatieformulieren.
  • Antwoorden overnemen en ze in het gesprek niet kunnen uitleggen.
  • Een beroep kiezen zonder te kijken wat ervoor nodig is (diploma, taalniveau, werktijden).

Jouw route bij The Dutch Online Academy

Kies Inburgering A2 als je doel en je leerpad zet alles in de goede volgorde.

  • De lessen van je eerste woorden tot A2 (53 units, A0.1 tot A2.19). Korte units, elk met een thema, een paar nieuwe woorden en één belangrijk grammaticapunt: van jezelf voorstellen tot praten over je gezondheid, je werk en je plannen.
  • Het examen, onderdeel voor onderdeel. Aan het begin van A2 maak je kennis met het examen zelf in een gratis les, Hoe werkt het examen? Vanaf A2.4 oefen je elk onderdeel: praktische teksten lezen, luisteren naar gesprekken en omroepberichten, formulieren en e-mails schrijven, en spreken over situaties uit het dagelijks leven.
  • KNM, één thema per keer, vanaf A2.4: wonen, werk en inkomen, gezondheidszorg, onderwijs, overheid en DigiD, geld en verzekeringen, normen en waarden, geschiedenis en aardrijkskunde, hoe het land bestuurd wordt, en je rechten en plichten.
  • ONA, als je het nodig hebt: wat er in het portfolio moet en hoe je je voorbereidt op het eindgesprek.
  • Oefenexamens als afsluiting, na A2.19: een half oefenexamen Lezen met tijdslimiet, met een korte check van alle vier de taalvaardigheden, en een volledig KNM-oefenexamen van 40 vragen in 45 minuten. Zo weet je waar je staat voordat je je examen boekt.

Zo helpen we je slagen

  • Kleine stappen die optellen. Elke unit begint makkelijk: je leert nieuwe woorden kennen voordat je ze gebruikt, en je bouwt zinnen met hulp voordat je ze alleen schrijft.
  • Oefenen zoals op het examen. Bij lezen en luisteren gebruik je de vraagtypes van het examen en de instructiewoorden die je op het scherm ziet. Bij schrijven en spreken bestudeer je voorbeeldantwoorden en maak je opdrachten die je docent nakijkt.
  • Oefenstof die terugkomt. Woorden en grammatica uit eerdere units komen steeds terug in je oefeningen, zodat je ze onthoudt.
  • Oefenexamens die de weg wijzen. Ze laten zien waar je staat en welke vaardigheden je nog moet oefenen voordat je boekt.
  • Begin gratis. Het hele A0-niveau (15 units), de les met het overzicht van het examen en de eerste KNM-les zijn gratis.

Kies Inburgering A2 als je doel en begin vandaag nog met je eerste les.