Kies: alleen, maar of pas

In English you would use *only*, but it Dutch you'll have to choose between *alleen, maar* and *pas*. Be aware of words of quantity. Sometimes more than one option would be correct. Pick the most logical one.

1.Soms is meer dan één antwoord mogelijk; kies het meest logische: Kevin is _____ zeventien, dus hij mag nog geen alcohol.

maar
alleen

2.Soms is meer dan één antwoord mogelijk; kies het meest logische: Ik kan niet vaak op vakantie, want ik heb _____ twintig vakantiedagen per jaar.

pas
alleen

Klaar om te oefenen?

Test je kennis met 12 vragen.