Regelmatige en onregelmatige werkwoorden in het imperfectum

Fill in the right conjugation of the verb.

1.Zet in het imperfectum: Ik _____ bij een bank. (werken)

2.Zet in het imperfectum: Mijn tante _____ naar haar werk. (fietsen)

Klaar om te oefenen?

Test je kennis met 12 vragen.