Welke zin is een vraag die bij het antwoord past?

You see the answer to a question. Which sentence is the question that fits the answer?

1.Welke vraag past bij het antwoord? Antwoord: Ik heet Anna. _____

Wie is je naam?
Wie heet je?
Heet jij toch?

2.Welke vraag past bij het antwoord? Antwoord: Hij woont in Rotterdam. _____

Waarom woont hij?
Woont hij hier al lang?

Klaar om te oefenen?

Test je kennis met 8 vragen.