
Je wil vast wel weten wat ik dit weekend heb gedaan, want ik heb een heel leuk weekend gehad!
Je wil vast wel weten wat ik dit weekend heb gedaan, want ik heb een heel leuk weekend gehad!
Op vrijdagavond heb ik samen met mijn huisgenoot gekookt. Hij heet Willem. Na het eten hebben we een spannende film gekeken. Willem is na de film naar bed gegaan, maar ik ben nog b. Ik heb een paar pagina’s van mijn boek gelezen.
Op zaterdagochtend ben ik om half acht opgestaan. Dat is best vroeg voor een zaterdagochtend! Eerst heb ik uitgebreid ontbeten en daarna heb ik de fiets uit de schuur gehaald. Ik ben naar de supermarkt gefietst. Ik heb appels, eieren, boter en meel gekocht. Daarna ben ik weer op de fiets gesprongen. Op weg naar huis heb ik een bosje bloemen gehaald bij de bloemenkraam. Ik hou van bloemen.
Toen ik weer thuis was, heb ik de bloemen in de vaas gezet en ik heb de oven aangezet. Daarna heb ik de appels geschild en gesneden. Vervolgens heb ik het meel, de eieren en de boter gemixt. En weet je wat ik heb gemaakt? Je kunt het wel raden: een appeltaart! Hij is heel goed gelukt! Ik heb de taart aan Willem gegeven. Hij is vorige week namelijk jarig geweest. De taart was erg lekker. Ik heb zelf ook een flink stuk genomen.
Op zaterdagmiddag heb ik mijn oma gebeld. Ze heeft me verteld dat ze veel in de tuin heeft gewerkt. Ik bezoek mijn oma niet vaak. Ze woont erg ver weg. Vorige maand heb ik haar één keer bezocht. Gelukkig kunnen we elkaar regelmatig bellen.
In de namiddag heb ik even in het park gewandeld. Om zes uur ben ik terug naar huis gegaan. Ik ben onder de douche gesprongen en ik heb me omgekleed. Ik heb mijn pyjama aangetrokken. De rest van de avond hebben Willem en ik bordspelletjes gespeeld. Het was erg gezellig! Ik heb twee keer gewonnen en één keer verloren. Daarna ben ik naar bed gegaan. Ik heb heerlijk geslapen.
Zondag was de beste dag van het weekend. Weet je wat Willem en ik hebben gekocht? Een hondje! Het is een labrador. We hebben hem op een boerderij opgehaald. Daar had een hond zes puppy’s gekregen. Onze pup is heel lief. Hij heeft een mooie bruine vacht. Ik heb nog nooit eerder een huisdier gehad. We zullen heel goed voor hem zorgen. En weet je hoe we hem hebben genoemd? Dali! Hij is vernoemd naar die beroemde Spaanse kunstenaar.
En jij? Wat heb jij dit weekend gedaan?
Hier kun je meer informatie vinden over het perfectum.
Sign in to leave a comment
Word Pro-lid voor toegang tot exclusieve content, privéthreads en steun onze groeiende community.
Although both of the following sentences mean “I ate the entire piece of cake,” is there a nuanced difference between them? Or do these sentences always mean exactly the same thing? 1) Ik heb heel het stuk taart op. 2) Ik heb het hele stuk taart op. As a native American-English speaker, my “language sense” suggests different translations of the sentences above: 1) I ate the piece of cake whole. (Meaning that I ate the entire piece of cake, but I put it into my mouth all at once, in one single bite.) 2) I ate the entire piece of cake. (Meaning that I ate every bit of the piece of cake, regardless of how many bites I took.) Also, is it odd to say “Ik heb het hele stuk taart opgegeten” instead of “Ik heb het hele stuk taart op”?
Hi Jean, no I don't sense that there is a difference between the two. Other example: 1) Ik heb heel de vakantie op het strand gelegen 2) Ik heb de hele vakantie op het strand gelegen. I don't feel a difference. And it is OK to say "ik heb het heel stuk taart opgegeten". "Ik heb het op" is just a shorter way to say "Ik heb het opgegeten". Just like "Ik heb het uit", is short for "ik heb het uitgelezen." Hope this helps!
Hi Jean, no I don't sense that there is a difference between the two. Other example: 1) Ik heb heel de vakantie op het strand gelegen 2) Ik heb de hele vakantie op het strand gelegen. I don't feel a difference. And it is OK to say "ik heb het heel stuk taart opgegeten". "Ik heb het op" is just a shorter way to say "Ik heb het opgegeten". Just like "Ik heb het uit", is short for "ik heb het uitgelezen." Hope this helps!