Je drukt duidelijke spijt over een actie in het verleden uit met had ik maar + perfectum en was ik maar + perfectum.
Het woordje maar drukt hier de spijt uit.
Tip: had … had in de spreektaal
Voor iets in het verleden dat niet is gebeurd, kun je in de hoofdzin zou + hebben/zijn + voltooid deelwoord gebruiken. In de spreektaal zeggen de meeste mensen gewoon twee keer had (of was). Beide vormen zijn correct.
Leer hier meer over het plusquamperfectum
Word Pro-lid voor toegang tot exclusieve content, privéthreads en steun onze groeiende community.
Nog geen reacties — begin het gesprek