Vaste preposities na adjectieven en nomina (trots op, de behoefte aan)

Proud of is in het Nederlands trots op, niet trots van. Veel adjectieven en nomina hebben altijd dezelfde prepositie, en die kun je vaak niet uit het Engels afleiden. Je leert de nuttigste combinaties, hoe je ze gebruikt met er, wat of een dat-zin, en welke fouten je beter kunt vermijden.
Has Quiz
# preposities
# adjectieven

1. Eén woord, één vaste prepositie

Sommige adjectieven en nomina hebben altijd dezelfde prepositie voor hun object. Dat ken je al van verba: wachten op, denken aan. Bij adjectieven en nomina werkt het net zo.

Nederlands · Engels

  • Delft is nog steeds trots op Van Leeuwenhoek. · Delft is still proud of Van Leeuwenhoek.
  • Er is een grote behoefte aan schone energie. · There is a great need for clean energy.

De prepositie voegt hier weinig betekenis toe. Hij hoort gewoon bij het woord, dus met logica kom je er niet.

2. Adjectief + prepositie

Adjectief · Engels · Voorbeeld

  • trots op · proud of · Het hele lab is trots op het resultaat.
  • bang voor · afraid of · Veel mensen zijn bang voor nieuwe technologie.
  • blij met · happy with · De onderzoekers zijn blij met de nieuwe microscoop.
  • jaloers op · jealous of · Ze was een beetje jaloers op het succes van haar collega.
  • verantwoordelijk voor · responsible for · Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid in het lab?
  • geïnteresseerd in · interested in · Ik ben al jaren geïnteresseerd in sterrenkunde.
  • tevreden over · satisfied with · De professor is tevreden over de resultaten.
  • afhankelijk van · dependent on · We worden steeds afhankelijker van internet.
  • gewend aan · used to · Ik ben nog niet gewend aan het nieuwe systeem.
  • goed in · good at · Ze is heel goed in wiskunde en natuurkunde.

Ook handig: benieuwd naar (curious about), geschikt voor (suitable for), bekend om (famous for), zich bewust van (aware of) en enthousiast over (enthusiastic about).

Blij met gebruik je voor iets wat je krijgt of hebt: blij met een cadeau. Ben je blij voor een ander? Dan zeg je blij voor: Ik ben blij voor je!

3. Nomen + prepositie

Nomen · Engels · Voorbeeld

  • de behoefte aan · the need for · Na het lange experiment had iedereen behoefte aan koffie.
  • de interesse in · the interest in · Haar interesse in techniek begon al op de basisschool.
  • het onderzoek naar · research into · Het onderzoek naar nieuwe medicijnen kost veel tijd.
  • de oplossing voor · the solution to · Wetenschappers zoeken een oplossing voor de plasticsoep in de oceaan.
  • de invloed op · the influence on · De smartphone heeft veel invloed op ons leven.
  • de kans op · the chance of · De kans op een doorbraak is klein, maar niet nul.
  • de vraag naar · the demand for · De vraag naar elektrische auto's groeit snel.
  • het verschil tussen · the difference between · Wat is het verschil tussen een uitvinding en een ontdekking?

Ook handig: het gebrek aan (the lack of) en de bijdrage aan (the contribution to).

Let op de betekenis: de vraag naar is the demand for. Een vraag die je stelt, gaat over iets: een vraag over het experiment. En het is de kans op + nomen (de kans op regen), maar de kans om + te + infinitief (de kans om in het buitenland te studeren).

Bij een paar woorden kan ook een tweede prepositie: tevreden over of met, de interesse in of voor, de oplossing voor of van. Leer de eerste: daarmee zit je bijna altijd goed.

4. Leer ze als vaste combinatie

Soms is de prepositie hetzelfde als in het Engels, maar vaak ook niet. Woord voor woord vertalen is de grootste bron van fouten.

Hetzelfde als in het Engels

  • geïnteresseerd in · interested in
  • verantwoordelijk voor · responsible for
  • blij met · happy with
  • het verschil tussen · the difference between

Anders dan in het Engels

  • trots op · proud of
  • bang voor · afraid of
  • afhankelijk van · dependent on
  • goed in · good at
  • het onderzoek naar · research into
  • de kans op · the chance of

Leer het woord en de prepositie dus samen, als één geheel: niet trots, maar trots op. Schrijf ze zo op je flashcards, en leer elke combinatie in een korte zin van jezelf.

5. Met een pronomen, wat of een dat-zin

Na de prepositie komt meestal een nomen, zoals hierboven. Maar het kan ook een pronomen zijn, of een hele zin.

Nederlands · Engels

  • Een persoon: prepositie + pronomen. Ik ben trots op haar. · I'm proud of her.
  • Een ding: er + prepositie. Ik ben er trots op. · I'm proud of it.
  • Een zin met wat: prepositie + wat. Ik ben trots op wat we bereikt hebben. · I'm proud of what we've achieved.

Volgt er een dat-zin of een zin met om te? Dan zet je er + prepositie in de hoofdzin. De bijzin zelf komt aan het eind.

  • Ik ben er trots op dat ons team de prijs heeft gewonnen. · I'm proud that our team won the prize.
  • Ik ben er bang voor dat het experiment mislukt. · I'm afraid that the experiment will fail.
  • Ik heb er behoefte aan om even rustig na te denken. · I need to think quietly for a moment.

Bij een paar heel gewone woorden laten Nederlanders er + prepositie meestal weg: Ik ben blij dat het gelukt is. Ik ben bang dat het niet werkt. De kans is groot dat het lukt. Dat is ook goed.

In een vraag gebruik je waar, niet wat: Waar ben je trots op? Het antwoord kan met daar beginnen: Daar ben ik trots op. Meer hierover in twee andere Tips: Waar + prepositie en Er + prepositie.

Veelgemaakte fouten

Fout · Goed · Waarom

  • ✗ Ik ben trots van mijn team. · ✓ Ik ben trots op mijn team. · Proud of = trots op.
  • ✗ Nederland is afhankelijk op gas uit het buitenland. · ✓ Nederland is afhankelijk van gas uit het buitenland. · Dependent on = afhankelijk van.
  • ✗ Ik ben geïnteresseerd voor techniek. · ✓ Ik ben geïnteresseerd in techniek. · Geïnteresseerd in, maar: ik interesseer me voor techniek.
  • ✗ De vraag voor elektrische auto's groeit. · ✓ De vraag naar elektrische auto's groeit. · Demand for = de vraag naar.
  • ✗ Ik ben trots op dat het gelukt is. · ✓ Ik ben er trots op dat het gelukt is. · Voor een dat-zin: er + prepositie.
  • ✗ Ik ben trots op het. · ✓ Ik ben er trots op. · Een ding: er + prepositie, niet op het.

En bang van? Dat hoor je ook, vooral in België, en het is niet fout. Maar in Nederland is bang voor het gewoonst, dus gebruik dat.

In het kort

  • Veel adjectieven en nomina hebben een vaste prepositie: trots op, bang voor, de behoefte aan, het onderzoek naar.
  • Je kunt hem vaak niet uit het Engels afleiden, dus leer woord + prepositie als één geheel.
  • Persoon: trots op haar. Ding: er trots op. Zin: trots op wat …, er trots op dat ….
  • Blij dat, bang dat, de kans dat: hier laat je er + prepositie meestal weg.

Practice in Dutch

Loading...

Discussie

Gratis oefenen, elke week

Begin met het verbeteren van je Nederlands en ontvang elke week interessante taaltips en nieuwe woorden. Uitschrijven kan op elk moment.

Unsubscribe at any time.

We will never share your email