Check our new -> Dutch group courses
Combined Shape CopyCreated with Sketch.

aan het + infinitive

Learn the present continuous in Dutch!

Share&Save

Learn the theory

Zijn aan het + infinitive in Dutch: used for ongoing actions

The "aan het + infinitive" is used for an action that is still going on.

  • Ik ben aan het schoonmaken.

  • I am cleaning

  • Hij is aan het wandelen.

  • He is walking.

  • Zij is de hond aan het uitlaten.

  • She is walking the dog.

  • Wij zijn aan het koken.

  • We are cooking

Note that this structure is mostly used when an action is going on right now. Imagine a friend calling you while you are having dinner. You could say:

  • Ik kan nu niet bellen. Ik ben aan het eten.

  • I can't call now. I am eating.

However, the structure can also be used for actions things that are going on in your life, but not right now. Imagine you are reading a book every day right before going to bed. You didn't finish the book yet. In the morning you are having a coffee with a friend and you say:

  • Ik ben nu een boek over de Tweede Wereldoorlog aan het lezen.

  • I am reading a book about the Second World War now.

Although you are not reading the book while you are drinking coffee with a friend, you could use it. You could also use regular present tense:

  • Ik lees nu een boek over de Tweede Wereldoorlog.

  • I read a book about the Second World War now.

Dutch with The Dutch Online Academy - Grammar explanations in both Dutch and English, Dutch podcasts, online Dutch Skype lessons and more!

Practice with exercises

Use the durative construction in Dutch. Look at the example. Gebruik de duratieve vorm. Kijk naar het voorbeeld.

Voorbeeld:

  • Hij eet een boterham.
  • Hij is een boterham aan het eten.

Now you/Nu jij:

  • Rosa slaapt.
  • Je klaagt.
  • Wij spelen gitaar.
  • Jullie wassen af.
  • Wilfred bestelt een biertje.
  • Ik denk na.

Solutions

  • Rosa is aan het slapen.
  • Je bent aan het klagen.
  • Wij zijn gitaar aan het spelen.
  • Jullie zijn aan het afwassen.
  • Wilfred is een biertje aan het bestellen.
  • Ik ben aan het nadenken.