Check our new -> Dutch group courses
Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Difference between veel and heel in Dutch

When do you use heel and when veel in Dutch? What is the difference between heel and veel? Dutch grammar exercises online for free!

Share&Save

Learn the theory

What is the difference between heel and veel in Dutch?

Heel

1. Heel + adjective (very)

  • Ik vind het schilderij heel mooi.

  • I find the painting very beautiful.

  • Het eten is heel lekker.

  • The food is very tasty.

  • Wij hebben een heel lange wandeling gemaakt.

  • We have made a very long walk.

2. Heel + noun (entire, complete, whole)

  • Ik heb een heel stuk taart op

  • I ate an entire piece of cake.

  • Ik heb heel het stuk taart op.

  • I ate the entire piece of cake.

  • Ik heb het hele stuk taart op.

  • I ate the entire piece of cake.

  • Wij hebben de hele vakantie op het strand gelegen

  • We have been lying on the beach the entire holiday.

Veel

1. Veel + verb (a lot)

  • Ik heb veel gewandeld.

  • I have walked a lot.

  • Wij gaan vanavond veel dansen

  • We are going to dance a lot.

2. Veel + noun (a lot of)

  • Er is veel taart.

  • There is a lot of cake.

  • We hebben veel plezier

  • We have a lot of fun.

  • Ik heb veel schoenen.

  • I have a lot of shoes.

3. Veel + te + adjectief (way too)

  • Je bent veel te lief!

  • you are way too sweet!

  • Hij is veel te jong om alleen te gaan.

  • He is way too young to go alone.

Heel veel

1. Heel + veel + noun / verb (very much, a lot)

  • Ik heb heel veel schoenen.

  • I have a lot of shoes.

  • Wij hebben heel veel huisdieren.

  • We have a lot of pets.

  • Ik heb heel veel gewandeld.

  • I have walked a lot.

Practice with exercises

Vul in HEEL of VEEL

  • Ik ben ___ blij met het cadeau!
  • De jongens hebben ___ pannenkoeken gegeten.
  • Tijdens de filmmarathon hebben we ___ films gekeken.
  • Gerard drinkt ___ koffie.
  • Ik vond dit boek ___ saai.
  • De tickets zijn ___ te duur!
  • Ik ga ___ lang fietsen.
  • Ik ga vandaag ___ fietsen.
  • Patrick klaagt _ te _.

Solutions

  • Ik ben HEEL blij met het cadeau!
  • De jongens hebben VEEL pannenkoeken gegeten.
  • Tijdens de filmmarathon hebben we VEEL films gekeken.
  • Gerard drinkt VEEL koffie.
  • Ik vond dit boek HEEL saai.
  • De tickets zijn VEEL te duur!
  • Ik ga HEEL lang fietsen.
  • Ik ga vandaag VEEL fietsen.
  • Patrick klaagt VEEL te VEEL.