Learn Dutch via email

Get to your Dutch Language goals improving regularly

Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Boost your progress with a weekly compilation of video lessons, podcast episodes, dutch grammar, stories, exercise pdfs and much more.


Free, cancel anytime

Referring to objects

Dutch pronouns are not that hard to grasp, but when it comes to referring to things, you'll probable have to get used to using hem or hij!

Share&Save

Learn the theory

Singular

Het-words

  • Het raam is kapot.

  • Het is kapot.*

  • Ik moet het repareren.*

De-words

  • De telefoon is duur.

  • Hij is duur.

  • Ik koop hem niet.

Plural

  • De ramen zijn kapot.

  • Ze zijn kapot.

  • Ik moet ze repareren.

  • De telefoons zijn duur.

  • Ze zijn duur.

  • Ik koop ze niet.

*Sometimes you will hear Dutch people refer to het-words with hij/hem. This is very common, especially in speech.

Practice with exercises

  1. Waar heb je die tas gekocht? Ik vind __ heel mooi.
  2. Mijn schoenen zijn vies. Ik moet __ poetsen.
  3. Dit schilderij was niet goedkoop. __ kostte 3000 euro.
  4. Mijn computer is kapot. Ik moet __ laten maken.
  5. Wil jij dit boek van me lenen? Ik heb __ al gelezen.
  6. Het kleed is van goede kwaliteit. Ik denk dat ik __ koop.
  7. Ik kan mijn paspoort niet vinden. Heb jij __ gezien?
  8. Mijn vriendin is haar fiets kwijt. __ is gisteren gestolen.
  9. Carla wil haar auto verkopen. Wil jij __ misschien kopen?
    1. Waar zijn mijn sleutels? __ moeten hier ergens liggen.

Solutions

  1. Waar heb je die tas gekocht? Ik vind HEM heel mooi.
  2. Mijn schoenen zijn vies. Ik moet ze poetsen.
  3. Dit schilderij was niet goedkoop. HET kostte 3000 euro.
  4. Mijn computer is kapot. Ik moet HEM laten maken.
  5. Wil jij dit boek van me lenen? Ik heb HET al gelezen.
  6. Het kleed is van goede kwaliteit. Ik denk dat ik HEM koop.
  7. Ik kan mijn paspoort niet vinden. Heb jij HET gezien?
  8. Mijn vriendin is haar fiets kwijt. HIJ is gisteren gestolen.
  9. Carla wil haar auto verkopen. Wil jij HEM misschien kopen?
  10. Waar zijn mijn sleutels? ZE moeten hier ergens liggen.

Related practice books!

See all books

Lifters

Learn your first vocabulary and useful sentences - includes audioGood for:A1A2
  • Pages: 29
  • Price: 7.95
View details

The present tense in Dutch

With explanations and exercisesGood for:A1A2
  • Pages: 28
  • Price: 2.9
View details