Learn Dutch via email

Get to your Dutch Language goals improving regularly

Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Boost your progress with a weekly compilation of video lessons, podcast episodes, dutch grammar, stories, exercise pdfs and much more.


Free, cancel anytime
Combined Shape CopyCreated with Sketch.

De of Het

Wanneer gebruik je Het en wanneer gebruik je De? We leggen het uit!

Share&Save

Learn the theory

Wat is het verschil tussen de en het?

'Het' is voor onzijdige woorden. 'De' voor mannelijke en vrouwelijke woorden.

Hoewel er regels zijn, komt het uiteindelijk vaak neer op het één voor één uit je hoofd leren van "de" en "het" woorden.

Belangrijke regels:

  • Plural nouns = de 

  • Verkleinwoorden/diminutive nouns = het

  • Noun made from infinitive verb = het   

  • Nouns for persons with identified gender = de (so 'de dochter' (the daughter), but 'het kind' (the child))

  • Nouns for professions = de

  • Letters and numbers = de 

  • Nouns for languages = het

  • Two syllable nouns starting with ge-/be-/ver-/ont- = het

  • Words ending in -isme/-ment/-sel/-um = het-

  • Metals = het

  • Fruits, trees, plants = de- words ending in -ing/-ij/-heid/-nis/-de/-te = de

  • Words with a foreign origin ending in -ade/-ide/-ode/-ude/-age/-esse/-ica/-iek/-ie/-ine/-iteit/-ose/-sis/-suur/-yse = de

  • Words/Names of rivers and mountains = de

Sommige van deze regels hebben uitzonderingen en er zijn veel woorden die door geen enkele regel duidelijk kunnen worden gedefinieerd. Je moet ze uit je hoofd leren. De beste manier is waarschijnlijk om regelmatig te oefenen en het te onthouden zodra je het zelfstandig naamwoord leert.

Er zijn meer 'de' woorden dan 'de' woorden. Sommige studenten zien de het-woorden als speciale woorden en maken een het-lijst. Ze gebruiken 'de' voor alle andere woorden.

Voor sommige woorden zijn zowel 'het' als 'de' prima (zoals het/de doolhof), hoewel dit soms leidt tot een andere betekenis van het woord (de aas / het aas).

Practice with exercises

  1. __ bloemen
  2. __ kastje
  3. __ bakker
  4. __ Rijn
  5. __ ijzer
  6. __ fietsjes
  7. __ huizen
  8. __ Spaans

Solutions

  1. de bloemen (plural, so de)
  2. het kastje (diminutive, so het)
  3. de bakker (profession, so de)
  4. de Rijn (river, so de)
  5. het ijzer (metal, so het)
  6. de fietsjes (plural, so de)
  7. de huizen (plural, so de)
  8. het Spaans (language, so het)

Remember that in most cases, you'll have to learn DE and HET by heart!

Related practice books!

See all books

Lifters

Learn your first vocabulary and useful sentences - includes audioGood for:A1A2
  • Pages: 29
  • Price: 7.95
View details

De tegenwoordige tijd

With explanations and exercisesGood for:A1A2
  • Pages: 28
  • Price: 2.9
View details