Check our new -> Dutch group courses
Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Imperfectum in Dutch (simple past)

Do you want to tell a story in the past, describe how that party was or what your grandmother was like? You'll need the imperfectum in Dutch! Don't worry, we will walk you through it, giving you some exercises at the end to test yourself.

Share&Save

Learn the theory

When learning Dutch, the third tense you normally learn after the present tense and the perfectum is the imperfectum.

In case you have doubt about when to use the perfect tense or the imperfectum, here we have an article about the differences between perfect and imperfect tenses in Dutch.

Let's get started!

What is the imperfect tense (het imperfectum)

Imperfectum in Dutch is not difficult. Let's look at the regular verb maken (to make):

  • Ik maakte

  • Jij maakte

  • Hij/zij/het maakte

  • Wij maakten

  • Jullie maakten

  • Zij maakten

How easy is this! You just have to remember two forms: singular and plural. Let's see how you make them.

How do you form the imperfect tense in Dutch?

  • 1 - Find the stem by taking the full verb - en (maken - en = mak)

  • 2 - Take a look at the last letter of the stem. Is this letter one of the consonants in PoCKeTFiSH?

  • 3a - If it's in PoCKeTFiSH, you write -te behind the ik-form (maakte).

  • 3b - If the letter is not in PoCKeTFiSH you write - de (belde).

  • If the subject is plural, put a N behind it (maakten, belden)

So remember that PoCKeTFiSH (or SoFT KeTCHuP) is important for both the perfectum as the imperfectum in Dutch. You need this trick to check whether to write a D or a T.

How to deal with irregular verbs in imperfect tense?

It's easy and difficult at the same time: You need to remember them by heart! Just like in the perfect tense. Most verbs that are irregular in perfectum are also irregular in imperfectum.

Examples regular verbs in imperfectum

Let's look at some more examples of regular verbs first, so you can compare them with irregular verbs.

  • Pakken (to take)

  • Ik pak (present)

  • Ik heb gepakt (perfectum, the K is in PoCKeTFiSH, so we write a T)

  • Ik pakte (imperfectum, the K is in PoCKeTFiSH, so we write a T)

  • Reizen (to travel)

  • Ik reis (present)

  • Ik heb gereisd (perfectum, the Z is not in PoCKeTFiSH, so we write a D)

  • Ik reisde (imperfectum, the Z is not in PoCKeTFiSH, so we write a D)

As you can see, we've followed the rules we explained earlier. It's not that hard to form the imperfectum for regular verbs. Now let's move on to the irregular verbs in Dutch perfectum and imperfectum.

Examples irregular verbs in imperfectum

They don't follow the rules! That's why we call these verbs irregular. We've picked them out randomly, so you can see how different they can look.

  • Gaan (to go)

  • Ik ga (present)

  • Ik ben gegaan (perfectum)

  • Ik ging (imperfectum)

  • Zingen (to sing)

  • Ik zing (present)

  • Ik heb gezongen (perfectum)

  • Ik zong (imperfectum)

  • Zijn (to be)

  • Ik ben (present)

  • Ik ben geweest (perfectum)

  • Ik was (imperfectum)

  • Lezen (to read)

  • Ik lees (present)

  • Ik heb gelezen (perfectum)

  • Ik las (imperfectum)

  • Zoeken (to search, to seek)

  • Ik zoek (present)

  • Ik heb gezocht (perfectum)

  • Ik zocht (imperfectum)

  • Vriezen (to freeze)

  • Het vriest (present)

  • Het heeft gevroren (perfectum)

  • Het vroor (imperfectum)

Now, the above verbs are just some examples of irregular verbs. As you can see the vowel often changes when switching to imperfectum. This is not always the case. A verb an also look completely different, like you see in zijn (also irregular in present tense) or vriezen. You really have to learn them by heart. Invest time in this. Don't forget to expose yourself to Dutch conversations, radio and television, so you will develop an intuition for these irregular verbs. Here you find a podcast to practice the Dutch imperfectum.

You also have verbs that are semi-irregular. They are pretty rare. Here's an example:

  • Bakken (to bake)

  • Ik bak (present)

  • Ik heb gebakken (perfectum)

  • Ik bakte (imperfectum)

As you can see, the perfectum doesn't follow the SoFT KeTCHuP rule: it's irregular. But the imperfectum is regular.

Practice with exercises

  1. Regular verbs Dutch imperfectum
  2. Ik ___ (bestellen) een kopje koffie op het terras.
  3. Wij ___ (spelen) vroeger vaak bordspelletjes.
  4. Vorig week ___ (sneeuwen) het.
  5. Mijn opa ___ (praten) nooit over zijn verleden.
  6. Jouw moeder ___ (koken) altijd in het weekend.
  7. Mijn collega's ___ (vertellen) hun vakantieverhalen.
  8. Irregular verbs Dutch imperfectum (use a dictionary)
  9. Wij ___ (drinken) vroeger altijd thee bij het ontbijt.
  10. Ik ___ (krijgen) een prachtig cadeau.
  11. Het meisje ___ (winnen) het spel.
  12. De jongen ___ (zien) een bijzondere vogel.
  13. Mijn ouders ___ (schrijven) elkaar altijd liefdesbrieven.
  14. ___ (eten) jij als baby al zo veel?

Solutions

  1. Regular verbs Dutch imperfectum
  2. Ik bestelde (bestellen) een kopje koffie op het terras.
  3. Wij speelden (spelen) vroeger vaak bordspelletjes.
  4. Vorig week sneeuwde (sneeuwen) het.
  5. Mijn opa praatte (praten) nooit over zijn verleden.
  6. Jouw moeder kookte (koken) altijd in het weekend.
  7. Mijn collega's vertelden (vertellen) hun vakantieverhalen.
  8. Irregular verbs Dutch imperfectum (use a dictionary)
  9. Wij dronken (drinken) vroeger altijd thee bij het ontbijt.
  10. Ik kreeg (krijgen) een prachtig cadeau.
  11. Het meisje won (winnen) het spel.
  12. De jongen zag (zien) een bijzondere vogel.
  13. Mijn ouders schreven (schrijven) elkaar altijd liefdesbrieven.
  14. At (eten) jij als baby al zo veel?