Learn Dutch via email
Learn Dutch via email

Access the new, most popular and most interesting resources to learn Dutch

Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Boost your progress with a weekly compilation of video lessons, podcast episodes, dutch grammar, stories, exercise pdfs and much more.

Always free, cancel anytime
Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Alleen, maar en pas

Learn the theory

Alleen, maar en pas lijken op elkaar. In het Engels vertaal je deze woorden vaak als only. Wat zijn de verschillen?

Alleen:

1) niets anders dan (exclusively)

  • We hebben geen sojamelk, we hebben alleen koemelk.

  • Ik ben één keer in Duitsland geweest. Ik heb alleen Berlijn bezocht.

  • Alleen Hendrik kan je helpen, hij is de expert.

2) zonder andere mensen

  • Hannah is alleen thuis, omdat haar ouders op vakantie zijn.

  • Ga je alleen op reis? Waarom gaat Katya niet met je mee?

  • Ik vind het heerlijk om een avond alleen te zijn.

Maar:

niet meer dan/weinig - in combinatie met een kwantiteit

  • Ik drink maar één kopje koffie per dag.

  • Gerard werkt maar twee dagen per week.

  • We hoeven* maar drie minuten te wachten.

Pas:

1) niet eerder dan

  • De bus komt pas over twee uur. We moeten lang wachten.

  • Karin komt pas over een maand naar Nederland.

  • De resultaten worden pas in november gepubliceerd.

2) in de toekomst wordt het meer - in combinatie met een kwantiteit

(antoniem = al)

  • Ik heb pas één kop koffie gedronken. In de pauze neem ik nog een kopje.

  • Charles woont pas twee weken in Nederland. Maria woont al vijf jaar in Nederland.

  • Yana heeft pas de helft van de opdrachten gemaakt. Straks maakt ze de rest.

3) kort geleden, enkele dagen/weken geleden

  • Ik heb pas een e-mail gekregen van Pieter.

  • Charles woont pas in Nederland. Hij is pas gearriveerd.

  • Theo heeft pas een nieuwe auto gekocht.

Share & save