Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Werkwoorden: tegenwoordige tijd

Leer alles wat je moet weten over de Nederlandse taal. Nederlands is geen moeilijke taal als je weet waar je moet beginnen. Start met de tegenwoordige tijd!

Learn the theory

ww

De vervoeging van de tegenwoordige tijd in het Nederlands is eenvoudig.

Je pakt het infinitief: werken

Je neemt -en weg: werk

werk is de stam.

werk is de ik-vorm.

  • Ik = stam*

  • jij = ik-vorm + t

  • hij/zij/het/u = ik-vorm + t

  • Wij = infinitief

  • Jullie = infinitief

  • Zij = infinitief

* Soms moet je de stam een beetje aanpassen voor de ik-vorm om de juiste klank te behouden:

  • maken - en = mak --> ik maak

  • spelen - en = spel --> ik speel

  • spellen - en = spell --> ik spel

  • eten - en = et --> ik eet

Sommige werkwoorden eindigen niet op -en: gaan, staan, slaan, zien, doen. Die vervoegen we zo:

  • ik doe

  • jij doet

  • hij/zij/het doet

  • wij doen

  • jullie doen

  • zij doen

Natuurlijk zijn er ook onregelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd. Daar kun je meer over lezen in een andere les (zie hieronder).

Want to know the 40 most used verbs in Dutch?

Subscribe to our newsletter to get a weekly update, with new articles, podcast episodes and exercises to improve your Dutch , for free.

Max 1 mail per week, cancel anytime

Practice with exercises

Regular present tense

a) Hij ___ naar huis. (lopen)

b) Het kind ___ het huiswerk. (maken)

c) De vogels ___ nootjes. (eten)

d) Jij ___ langzaam. (rijden)

e) De vrouw ___ duidelijk. (spreken)

f) De papieren ___ op tafel. (liggen)

Solutions

a) Hij loopt naar huis. (lopen)

b) Het kind maakt het huiswerk. (maken)

c) De vogels eten nootjes. (eten)

d) Jij rijdt langzaam. (rijden)

e) De vrouw spreekt duidelijk. (spreken)

f) De papieren liggen op tafel. (liggen)