Learn Dutch via email

Get to your Dutch Language goals improving regularly

Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Boost your progress with a weekly compilation of video lessons, podcast episodes, dutch grammar, stories, exercise pdfs and much more.


Free, cancel anytime
Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Indirect speech- the use of "of" in Dutch

How to use indirect speech in Dutch. The place of the verbs in Dutch can be tricky. Learn all about the word order in Dutch. Learn Dutch!

Share&Save

Learn the theory

Indirect speech in Dutch

The indirect reason consists of a main sentence + subordinate clause.

First, let's look at an example of direct speech

  • Rogier zegt: ik wil graag een kop koffie met een stuk appeltaart.

Now we take a look at indirect speech

  • Rogier zegt dat hij graag een kop koffie met een stuk appeltaart wil.

As you can see, the verb is in last place in the clause. In direct speech you use dat or of a connection between the two sentences.

You use dat for announcements.

  • Het meisje hoopt dat zij het examen heeft gehaald.

  • Hij weet dat Berlijn de hoofdstad van Duitsland is.

  • Wij denken dat we dit jaar op vakantie gaan.

  • Hij zegt dat hij graag een kop koffie met een stuk appeltaart wil.

You use of for doubts or questions.

  • Het meisje vraagt zich af of zij het examen heeft gehaald.

  • Hij twijfelt of Berlijn de hoofdstad van Duitsland is.

  • Wij weten niet of we dit jaar op vakantie gaan.

  • Hij vraagt of hij een kop koffie met een stuk appeltaart kan krijgen.

You can translate of as whether. If you translate it as if, you might make the mistake of using als.

There is a third way to connect a main sentence with the indirect speech subordinate clause in Dutch: interrogatives.

  • Ik weet hoe jouw broer heet.

  • Ik heb geen idee wanneer jij jarig bent.

  • Hij wil niet zeggen waar hij gisteren is geweest.

  • Theo vraagt zich af waarom de les niet doorgaat.

  • Willemijn heeft verteld wat ze afgelopen weekend heeft gedaan.

Practice with exercises

Vul in: “Dat” of “Of”

  • Ik weet niet ___ wij op vakantie kunnen gaan.
  • Ik denk ___ hij erg aardig is.
  • Jij vindt ___ het restaurant gesloten moet worden.
  • De serveerster vraagt ___ wij iets willen drinken.
  • Wij geloven __ we een probleempje hebben.

Solutions

Vul in: “Dat” of “Of”

  • Ik weet niet OF wij op vakantie kunnen gaan.
  • Ik denk DAT hij erg aardig is.
  • Jij vindt DAT het restaurant gesloten moet worden.
  • De serveerster vraagt OF wij iets willen drinken.
  • Wij geloven DAT we een probleempje hebben.

Related practice books!

See all books
Digital edition

All about ER (Alles over ER )

With explanations and exercisesGood for:B1B2
  • Pages: 26
  • Price: 8.5
View details
Digital edition

Toen - Wanneer - Als

With explanations and exercisesGood for:A2B1
  • Pages: 13
  • Price: 3.8
View details
Digital edition

All about the perfect tense in Dutch (Perfectum) + 40 irregular verbs

With explanations and exercisesGood for:A2B1
  • Pages: 26
  • Price: 7.8
View details
Digital edition

Reflexive verbs

With explanations and exercisesGood for:A2B1
  • Pages: 17
  • Price: 6
View details