Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Passieve zinnen

Hoe maak je passieve zinnen in het Nederlands? En wanneer gebruik je WORDEN en wanneer ZIJN? Al je vragen over passieve zinnen in het Nederlands worden hier beantwoord. Nederlandse grammatica in zowel Nederlands als Engels.

Learn the theory

Passieve zinnen in het Nederlands

Om passieve zinnen in het Nederlands uit te leggen, kijken we eerst naar actieve zinnen.

Actieve zinnen:

  1. Ik bak een appeltaart.

  2. We hebben de fiets gerepareerd.

  3. De mensen zingen kerstliedjes.

Laten we ons de vraag stellen: wie doet de daadwerkelijke actie van de zin? In elke zin gebeurt iets. Wie doet het? Natuurlijk! Het onderwerp. Het is de "actor" van de zin en het grammaticale onderwerp: 1) Ik 2) We 3) De mensen.

Laten we de zinnen nu een beetje veranderen:

  1. Er is een appeltaart gebakken.

  2. De fiets is gerepareerd.

  3. Er worden kerstliedjes gezongen.

Deze zinnen zijn passief. De actor van de zin wordt weggelaten! Het grammaticale onderwerp (een appeltaart, de fiets, kerstliedjes) is niet de echte actor. Het onderwerp ondergaat de actie veroorzaakt door een niet genoemde actor. We kunnen de actoren achter de zinnen zetten als we willen:

  1. Er is een appeltaart gebakken door mij.

  2. De fiets is gerepareerd door ons.

  3. Er worden kerstliedjes gezongen door de mensen.

"Door" betekent "by" (Engels). Dus de appeltaart wordt "door mij" gebakken. De zin is nog steeds passief, omdat de persoonsvorm "is" nog steeds verbonden is met het grammaticale onderwerp (een appeltaart) dat NIET de actor is.

Een paar dingen die je moet weten over passieve zinnen in het Nederlands:

  • Passieve zinnen in het Nederlands worden meestal gevormd met "zijn + voltooid deelwoord" of "worden + voltooid deelwoord". Het verschil tussen "zijn" en "worden"? "Zijn" toont een resultaat, "Worden" een proces.

  • Als het grammaticale onderwerp onbepaald / niet-specifiek (zinnen 1 en 3) of afwezig is, verschijnt ER. Bekijk onze sectie over ER om er meer over te lezen.

Learn Dutch with The Dutch Online Academy: Grammar Exercises, Dutch Podcasts, Articles and Lessons!

Practice with exercises

The sentences below are active. Make them passive.

  • Ik zet koffie.
  • De politie heeft de dief gearresteerd.
  • Jullie hebben een mooi schilderij gemaakt.
  • Peter aait zijn hond.
  • De vissen eten wormen.
  • Ik heb het huiswerk al gemaakt!

Solutions

The passive sentences:

  • De koffie wordt gezet.
  • De dief is gearresteerd.
  • Er is een mooi schilderij gemaakt.
  • Zijn hond wordt geaaid.
  • Er worden wormen gegeten.
  • Het huiswerk is al gemaakt!
Share & save