Learn Dutch in a group!
Combined Shape CopyCreated with Sketch.

Het verschil tussen JE en JIJ in het Nederlands

Het is je vast opgevallen dat er in het Nederlands meer persoonlijke voornaamwoorden zijn dan in het Engels. Vooral het verschil tussen JE en JIJ in het Nederlands kan verwarrend zijn en de uitleg in boeken of van moedertaalsprekers is vaak niet bevredigend. Lees verder, nu ontdek je het verschil!

Share&Save

Learn the theory

Drie situaties waarin je in het Nederlands JIJ in plaats van JE gebruikt

Er zijn drie redenen om in het Nederlands JIJ te gebruiken in plaats van JE. De regels gelden ook voor ZE en ZIJ en WE en WIJ.

En aan het einde van dit artikel zullen we kijken naar een situatie waarin je JE moet gebruiken.

1. Nadruk

Deze verklaring wordt het vaakst gehoord: als je nadruk wilt leggen, kun je JIJ gebruiken. In het Engels zou je gewoon wat nadruk kunnen leggen op het woord "you". Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden. Merk op dat JE in elke zin ook correct zou zijn.

  • Waarom ben je televisie aan het kijken? Jij zou je kamer opruimen!

  • Why are you watching television. You would tidy up your room!

  • Jij kan een kopje koffie gebruiken, of niet?

  • You can use a cup of coffee, can't you?

  • Ga jij nog op vakantie?

  • Are you still going on a holiday?

2. In combinatie met een ander persoonlijk voornaamwoord.

Als een ander persoonlijk voornaamwoord dichtbij is (als onderwerp), gebruik je JIJ. Als het onderwerp / de persoonlijke voornaamwoorden in aparte zinnen worden geplaatst, kun je ook JE gebruiken (hoewel dit onwaarschijnlijk is). Als ze in dezelfde zin staan ​​(zoals in de derde zin * hieronder), moet je JIJ gebruiken.

  • Jij kookt en ik doe de afwas.

  • You cook and I do the dishes.

  • Jij drinkt koffie, maar hij niet.

  • You drink coffee, but he doesn't.

  • Jij* en ik gaan op vakantie.

  • You and I are going on a holiday.

3. Als de zin niet compleet is

Als een zin geen volledige zin is (met een vervoegd werkwoord), moet je JIJ in het Nederlands gebruiken. Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden van zinnen die niet compleet zijn.

  • Ik drink geen koffie. En jij?

  • I don't drink coffee. And you?

  • Heb je een fijn weekend gehad? > Ja, en jij?

  • Have you had a nice weekend? > Yes, and you?

  • Ik heb een fout gemaakt, maar jij ook!

  • I have made a mistake, but you too!

Wanneer JE in plaats van JIJ gebruiken

Vaak kun je zowel JE als JIJ kiezen, maar er is een situatie waarin alleen JE correct is. Dit is wanneer je op een algemene en niet op een persoonlijke manier praat. Laten we nog eens naar enkele voorbeelden kijken.

  • Je moet altijd uitkijken voor je oversteekt.

  • You always have to watch out before you cross (the street).

  • Je hebt vijf tomaten, een teentje knoflook en een ui nodig.

  • You need five tomatoes, a clove of garlic and an onion.

  • Amsterdam is een mooie stad. Je kunt er oude gebouwen vinden en leuke cafés.

  • Amsterdam is a beautiful city. You can find old buildings there and nice cafes.